Werkgelegenheid

Laatst aangepast op 15 maart 2017

Deelnemen aan de arbeidsmarkt is niet enkel de manier bij uitstek om een inkomen te verwerven, maar ook om een betekenisvolle rol op te nemen in de samenleving. Van zodra je chronisch ziek wordt, komt de integratie op de arbeidsmarkt echter in het gedrang. Aangepaste maatregelen zijn nodig om mensen met een chronische aandoening zo lang mogelijk aan het werk te houden en aan het werk te laten gaan.

Hieronder vind je een opsomming van de verschillende maatregelen, diensten en rechten die de tewerkstelling van personen met een chronische ziekte moeten stimuleren.

Bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen (BTOM’s)

Een bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregel (BTOM) moet bijdragen tot de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap. Er zijn vijf bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen:

  • Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en -kleding
  • Tegemoetkoming in de verplaatsingskosten van en naar het werk of opleiding
  • Bijstand van tolken voor doven of slechthorenden
  • Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP)
  • Werken in een beschutte werkplaats.

De nieuwe maatregelen werden verruimd van personen met een handicap naar alle personen met een arbeidshandicap waardoor ook personen met een chronische ziekte aanspraak kunnen maken op de maatregelen. De maatregelen worden sinds 1 oktober 2008 opgevolgd door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB).

Voor personen met een chronische ziekte kan voornamelijk de Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP) interessant zijn. De vroegere loonkostsubsidies CAO 26 en de Vlaamse Inschakelingspremie (VIP) bestaan niet meer.

Als je niet akkoord gaat met een beslissing van de VDAB in verband met de toekenning van bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen, kan je binnen de 45 dagen een gemotiveerd verzoek richten tot heroverwegingscommissie. Je kan als patiënt zelf aanwezig zijn op de heroverwegings-commissie of je laten vertegenwoordigen. Naast de heroverwegingscommissie kan je ook naar de arbeidsrechtbank stappen of bij de Vlaamse ombudsdienst een klacht indienen.
 

Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP)

De Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP) is een tegemoetkoming aan een werkgever die een persoon met een arbeidshandicap aanwerft of heeft aangeworven, of aan een zelfstandige met een arbeidshandicap ter compensatie van de kosten van de inschakeling in het beroepsleven, de kosten van ondersteuning en van verminderde productiviteit.

Voor werknemers (inclusief interimarbeiders en onderwijzend personeel) is de VOP het eerste jaar 40% van het referteloon, voor het tweede jaar 30% en vervolgens 20% tot en met het vijfde jaar. Het referteloon is het loon plus alle verplichte werkgeversbijdragen (min de vermindering van sociale zekerheidsbedragen ten voordele van de werkgever). Het percentage van de VOP daalt na het eerste jaar omdat men ervan uitgaat dat er tijdens de inwerktijd meer ondersteuning nodig is. Dit wil ook zeggen dat als je van werk verandert, je opnieuw een loonkostsubsidie van 40% kan ontvangen. Voor zelfstandigen wordt de VOP toegekend voor zelfstandigen in hoofdberoep aan een percentage van 40% voor het eerste jaar en 20% vanaf het tweede jaar. Hier is geen verhoging mogelijk.

Na vijf jaar wordt er geëvalueerd om na te gaan of er nog steeds nood is aan ondersteuning. Deze evaluatie kan resulteren in het stopzetten van de premie, maar evenzeer in het behoud of verhogen van de premie indien blijkt dat de nood aan ondersteuning nog steeds noodzakelijk is. Voor mensen met verhoogde ondersteuningsnood kan een verhoging tot 60% worden aangevraagd.

Gespecialiseerde VDAB-diensten voor personen met een arbeidshandicap

Je kan een arbeidshandicap laten erkennen door de VDAB. De VDAB omschrijft een arbeidshandicap als een aandoening van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard waardoor je het moeilijk hebt om werk te vinden of om je job uit te voeren. Enkele mogelijke voorbeelden: depressie, autisme, slechthorendheid, rugklachten, stembandverlamming, spierziekte, chronisch vermoeidheidssyndroom…

Binnen de VDAB zijn de volgende gespecialiseerde diensten opgericht voor mensen met een arbeidshandicap:

  • De gespecialiseerde trajectbepaling en -begeleidingsdienst (GTB) en VDAB zijn partners in het begeleiden van werkzoekenden naar een job. Trajectbegeleiders van een GTB zijn aanwezig in de lokale werkwinkels van de VDAB. Personen met een arbeidshandicap hoeven niet steeds via het gespecialiseerde circuit te gaan, zij kunnen ook het gewone circuit van de VDAB volgen.
  • De gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdienst (GA) maakt samen met de persoon een diagnose van de arbeidscompetenties en stelt op basis hiervan een oriëntering op naar de arbeidsmarkt.
  • De gespecialiseerde opleidings-, begeleidings- of bemiddelingsdienst (GOB) biedt opleiding op de werkvloer en helpt om een passende job te vinden.
  • Een gespecialiseerde individuele beroepsopleiding (GIBO) biedt een individuele beroepsopleiding, met de verplichting voor de werkgever om nadien een contract aan te bieden.

Toegelaten arbeid

Arbeidsongeschikt verklaard worden door de adviserend geneesheer van het ziekenfonds betekent niet automatisch dat je geen job meer kan uitoefenen op de arbeidsmarkt. De wetgeving voorziet de mogelijkheid om het werk gedeeltelijk te hervatten via het systeem van toegelaten arbeid. Heel wat personen die ziek zijn tijdens hun erkende arbeidsongeschiktheid zijn immers nog in staat om een aantal uren of dagen per week te gaan werken.

Zieke en invalide werknemers die toegelaten arbeid verrichten, behouden het recht op een uitkering van het ziekenfonds naast het loon van de werkgever. De som van het beroepsinkomen en de verminderde uitkering liggen altijd hoger dan het bedrag van de uitkering indien men niet deeltijds aan het werk zou gaan. Dit geeft een stimulans om te blijven werken.

Om een beroepsactiviteit tijdens de ongeschiktheid uit te kunnen oefenen, moet de betreffende persoon voor de hervatting van elke activiteit, een aanvraag indienen bij een adviserend geneesheer van zijn ziekenfonds die de toelating kan verlenen, voor zover de job verenigbaar is met de aandoening.

Redelijke aanpassingen

Iedere werknemer heeft recht op een redelijke aanpassing van de omgeving wanneer die geen onevenredige belasting betekent of wanneer de belasting in voldoende mate gecompenseerd wordt door bestaande maatregelen. Een aanpassing kan voor een KMO natuurlijk een veel grotere belasting betekenen dan voor een multinational. Denk maar aan het installeren van een lift in een kantoorruimte. De overheid komt gelukkig voor heel wat aanpassingen tussen.

Bij sollicitatie

Als een werknemer selectieproeven moet afleggen, kan het zijn dat een werknemer benadeeld is omdat hij bepaalde proeven moeilijker kan uitvoeren of omdat er geen rekening wordt gehouden worden met ziektegebonden beperkingen. Daarom is het belangrijk dat er aanpassingen gebeuren tijdens de selectieprocedure zodat zijn ziekte geen hindernis vormt bij het afleggen van testen.  

Voorbeelden van aanpassingen tijdens de selecties zijn: 

  • extra tijd voor het invullen van een vragenlijst

  • een ruimte waar de sollicitant zich kan terugtrekken om medicatie te nemen

  • mondeling afnemen van schriftelijke testen

  • vragenformulieren aanpassen (bijvoorbeeld op A3 in plaats van A4)

  • het moment van de proef aanpassen aan het ritme van de sollicitant (bijvoorbeeld voormiddag in plaats van namiddag).

Op de werkvloer

Op de werkvloer kan de werknemer vragen dat er een redelijke aanpassing gebeurt, zodat hij de job goed kan uitvoeren.

Voorbeelden zijn:


  • aangepaste bureaustoel

  • speciale telefoon voor slechthorenden

  • aangepast computerscherm voor slechtzienden

  • hellend vlak.

Voor mensen met een chronische ziekte zijn ook mogelijk:


  • flexibele werkuren om werk en behandeling (bijvoorbeeld kinesithereapie) te combineren

  • verplaatsing van de kopiemachine om lange vermoeiende afstanden te vermijden

  • de herschikking van taken (bijvoorbeeld enkel klanten in de nabijheid van de onderneming om extra verplaatsingen te vermijden, andere klanten worden door een collega gedaan)

  • ondersteuning van een collega
  • flexibele pauze om tijdig te eten

  • een kantoorruimte in de nabijheid van een toilet gelegen

  • parkeerplaats kort bij de ingang van het bedrijf

  • pauze voor inname van medicatie.
 

Knelpuntennota over toegelaten arbeid

De Enquête naar Arbeidskrachten geeft in 2010 een werkzaamheidsgraad van 33.3% aan bij personen met een arbeidshandicap. In 2007 was dit nog 42.7% en staat in schril contrast met een gemiddelde werkzaamheidsgraad van 77.3% in Vlaanderen anno 2010 (77.4% in 2007).
Om de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen nog te laten toenemen, moet er ondermeer aandacht gaan naar personen met een arbeidshandicap. Hieronder vallen ook mensen met een chronische ziekte.

In hun zoektocht naar werk kunnen personen met een chronische ziekte botsen op inactiviteitsvallen. Een inactiviteitsval is vaak een niet-bedoelde maatregel die ervoor zorgt dat een persoon wordt afgeremd in zijn zoektocht naar werk. Zo zijn er bepaalde tewerkstellingsvormen die leiden tot financiële risico’s of onmiddellijk financieel verlies. Veel inactiviteitsvallen worden veroorzaakt door collisie met andere tegemoetkomingen zoals de verhoogde kinderbijslag of de verhoogde tegemoetkoming.

Vanuit het Gebruikersoverleg Handicap en Arbeid pleit het Vlaams Patiëntenplatform voor:

  • het recht op werk,
  • het recht op vrije keuze voor en van werk,
  • het recht op inclusie, 
  • het recht op ondersteuning, 
  • het recht op non-discriminatie en
  • sensibilisering. 

Download hier de knelpuntennota over toegelaten arbeid