Uit: Samenspraak 93 | Inhoudstafel >

Edito

Werk & zorg: een noodzakelijk partnerschap

Mensen moeten ondanks hun handicap, hun beperkingen en hun problemen toch de kans krijgen om deel uit te maken van de maatschappij en van de arbeidsmarkt. Wie deze mensen begeleidt, moet vooral kijken naar hun sterktes en vaardigheden en hen daarin laten groeien. Dat is de visie van het decreet van de werk- en zorgtrajecten. Het Vlaams Patiëntenplatform en het Gebruikersoverleg Handicap & Arbeid (GOHA) formuleerden enkele bedenkingen over dit decreet.

Op 2 februari 2018 keurde de Vlaamse regering het uitvoeringsbesluit van het decreet van de werk- en zorgtrajecten goed. Het decreet dateert al van 25 april 2014 en wordt nu pas uitgevoerd. Het decreet richt zich tot mensen met medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problemen (MMPPS) die daarom (tijdelijk) geen betalend werk kunnen doen. Op 1 juli 2018 treedt het decreet in werking.

Het decreet sluit ook aan bij de bredere richtlijnen van het VN Verdrag Inzake Rechten van Personen met een Handicap. Daarin staat dat personen met een handicap of chronische ziekte moeten kunnen genieten van alle mensenrechten, zoals recht op werk, recht op zorg, recht op participatie,… Om die rechten te garanderen voor mensen met medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problemen moet de werk- en welzijnssector goed samenwerken.

De bedoeling van de werk- en zorgtrajecten is mensen goede zorg- en dienstverlening aan te bieden zodat ze een rol kunnen spelen in de maatschappij. Dat moet gebeuren op maat van de persoon, afhankelijk van de situatie waarin die persoon zich bevindt. Onderstaande participatieladder is hiervoor de leidraad.  

Participatieladder

Op trede 6 staan mensen met betaald werk die geen ondersteuning nodig hebben. Op trede 5 vind je mensen die betaalde arbeid doen maar hierbij wel ondersteuning nodig hebben. Op trede 4 staan mensen die tijdelijke activeringstrajecten volgen. Deze mensen hebben nood aan een combinatie van werk-, welzijns- en zorgbegeleiding  zodat ze hopelijk de stap kunnen zetten naar betaald werk. Op trede 3 vind je mensen die arbeidsmatige activiteiten uitvoeren onder begeleiding met welzijns- en zorgbegeleiding. De klemtoon bij hen ligt eerder op het welzijns- en zorgaspect dan op werk en heeft als doel een zinvolle dagbesteding te geven die structuur biedt. Op trede 2 staan mensen die sociale contacten hebben buitenshuis en deelnemen aan georganiseerde activiteiten. Op trede 1 vind je mensen die enkel sociale contacten hebben in de huiselijke kring. Het decreet richt zich op mensen die zich op trede 3 en trede 4 bevinden. Op deze treden is samenwerking tussen de domeinen werk en welzijn het meest nodig.

Het decreet bevat drie luiken:

  • Activeringstrajecten
  • Trajecten maatschappelijke oriëntatie
  • Arbeidsmatige activiteiten

De activeringstrajecten

Mensen die een activeringstraject starten, vind je op trede 4. Dit wil zeggen dat betaalde arbeid tijdelijk niet mogelijk is omwille van medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problemen. Verschillende statuten komen in aanmerking voor dit traject:

  • Personen die verplicht ingeschreven werkzoekende zijn bij de VDAB (de uitkeringsgerechtigde werklozen en de jonge werkzoekenden in beroepsinschakelingstijd);
  • Personen met een leefloon, rechthebbenden op maatschappelijke integratie, herintreders,… kunnen zich inschrijven bij de VDAB als niet werkende werkzoekende en zo toegang krijgen tot het traject;
  • Personen met een ziekte- en invaliditeitsuitkering na een beslissing van de adviserend arts van het ziekenfonds;
  • Personen met een inkomensvervangende of integratie tegemoetkoming.

! Afhankelijk van het statuut waarin de persoon zich bevindt, gelden andere rechten en plichten[1] !

Deze trajecten zijn tijdelijk met een maximumduur van 18 maanden. Tijdens het traject krijgen de deelnemers werk- en zorgbegeleiding om hen voor te bereiden en te begeleiden naar betaalde arbeid. De persoon zal, samen met een casemanager werk en een casemanager zorg, het traject uitstippelen. De casemanagers zoeken samen met de persoon naar de dienstverlening die de persoon op dat moment nodig heeft. Beide casemanagers moeten goed met elkaar samenwerken. Op die manier kunnen ze inspelen op veranderende noden van de persoon die het traject volgt.

De trajecten maatschappelijke oriëntatie

De trajecten maatschappelijke oriëntatie richten zich op mensen die volgens de VDAB niet kunnen werken[2]. Deze trajecten zullen ondergebracht worden in het geïntegreerd breed onthaal (GBO) dat het overheidsdepartement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin momenteel uitwerkt. Het GBO is een samenwerkingsverband tussen de centra voor algemeen welzijnswerk, de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen en het OCMW. Zij zullen hun krachten bundelen om de toegankelijkheid van welzijn en zorg te verhogen. Wie volgens de VDAB niet kan werken, kan worden doorgestuurd naar het GBO. Die zal met de persoon bekijken welke vragen en noden die heeft op het vlak van zorg en welzijn.

Het Vlaams Patiëntenplatform zetelt in de stuurgroep van het GBO en ook in de werkgroep “GBO en de doelgroep niet toeleidbaren” om het traject voor mensen die van de VDAB naar het GBO worden doorgestuurd mee vorm te geven.

Foto: Freepik

Foto: Freepik

De arbeidsmatige activiteiten

Arbeidsmatige activiteiten richten zich tot mensen die op trede 3 staan. Dit wil zeggen dat betaalde arbeid met of zonder ondersteuning momenteel nog niet of niet meer mogelijk is door medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problemen. Verschillende statuten komen in aanmerking voor dit traject:

  • Niet werkende werkzoekenden;
  • Personen met een leefloon;
  • Personen met een ziekte- en invaliditeitsuitkering na een beslissing van de adviserend arts van het ziekenfonds;
  • Personen met een inkomensvervangende of integratie tegemoetkoming.

Het is belangrijk dat het inkomen van de deelnemer niet in gevaar komt. Daarom moet de instantie die de uitkering toekent, toestemming geven om deze activiteit te starten (de 4e categorie is hierop een uitzondering).

Een arbeidsmatige activiteit is een onbetaalde bezigheid die ervoor zorgt dat mensen structuur hebben in hun dag en week, sociale contacten hebben en een sociaal netwerk kunnen uitbouwen. Voor sommigen kunnen deze activiteiten een opstap zijn naar betaald werk. Een begeleider volgt het traject mee op. Jaarlijks vindt een evaluatie plaats om te bekijken of deze mensen betaald werk kunnen doen.

Bezorgdheden van het Vlaams Patiëntenplatform en het Gebruikersoverleg Handicap & Arbeid (GOHA)[3]

Bezorgdheid 1: Gevaar van labeling en hokjesdenken

Het decreet vertrekt vanuit de visie van de participatieladder. Dit is een benadering die kan helpen om de juiste dienstverlening te bepalen, maar hierin schuilt ook het gevaar van labeling en hokjesdenken. Het is belangrijk dat de participatieladder niet op een te strikte manier gebruikt wordt en dat vooral gekeken wordt naar de noden van de persoon zelf. Anderzijds moet het ook duidelijk zijn waarom iemand bepaalde dienstverlening wel of niet krijgt.

Bezorgdheid 2: Partnerschap zorg en werk

De persoon moet vlot kunnen bewegen tussen de verschillende tredes en mag geen hinder ondervinden van de overgang tussen het domein werk en het domein zorg. Om dit te realiseren moet er een goede uitwisseling zijn tussen de verschillende vormen van dienstverlening. Bij een traject met de focus op zorg, moet er overleg zijn met de VDAB om de link met de arbeidsmarkt te behouden. Het gevaar bestaat dat de afstand tussen trede 3 en 2 te groot wordt waardoor de opstap naar werk bemoeilijkt wordt. Een sterk partnerschap tussen werk en zorg is noodzakelijk.

Bezorgdheid 3: Zet de noden van de persoon centraal, niet regels en procedures

Bij de trajecten zijn heel wat actoren betrokken en het is belangrijk dat ze goed met elkaar afstemmen. De regels en procedures van de trajecten mogen niet primeren op de begeleiding en ondersteuning van de persoon die het traject volgt. Als de persoon bijvoorbeeld al iemand heeft die zijn of haar zorg coördineert dan kan die best ook de functie van casemanager zorg opnemen om de continuïteit van de zorg te garanderen. Als een dienst bijvoorbeeld veel expertise heeft rond een bepaald thema is het belangrijk dat die een rol krijgt in het traject. Ook al zou deze dienst volgens de regels en procedures van het decreet niet betrokken moeten worden.

Bezorgdheid 4: Regie in eigen handen nemen

De deelnemer moet tijdens het traject zoveel mogelijk de regie zelf in handen kunnen nemen. De persoon is niet iemand waarover beslist wordt, maar moet mee aan het roer zitten van zijn of haar traject en moet hierbij ondersteund worden. De deelnemer moet kunnen aangeven wanneer het traject moet worden geëvalueerd en hij of zij moet kunnen overleggen met de betrokken actoren.

Bezorgdheid 5: Volledige toegang tot dossier

Daarnaast is het ook belangrijk dat de persoon rechtstreekse toegang krijgt tot zijn of haar dossier en hier ook zaken in mag toevoegen. Nu is er een vertrouwelijk luik aan het dossier waar de persoon geen rechtstreekse toegang tot heeft, de persoon kan wel inzage vragen. De persoon zou rechtstreeks toegang moeten hebben tot het volledige dossier.

Bezorgdheid 6: Duidelijkheid over rechten en plichten

De trajecten zijn toegankelijk voor personen met verschillende statuten. Het is echter onduidelijk welke rechten en plichten gelden binnen de trajecten voor de verschillende statuten. Ook de gevolgen voor mensen die de plichten binnen het traject niet naleven en de gevolgen voor hun inkomen zijn onduidelijk. Daarover moet duidelijkheid komen en de deelnemer moet hierover goed geïnformeerd worden.

Bovenstaande bezorgdheden legden het VPP en het GOHA op tafel tijdens een vergadering van de Strategische Adviesraad voor het Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid, die hierover een advies formuleerde. Dit werd bezorgd aan Vlaams minister van Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen. De volgende punten werden op basis van dit advies aangepast:

  • Bij het kiezen van de juiste zorg, wordt rekening gehouden met de dienstverlening die reeds loopt bij de persoon;
  • De regie komt meer in handen te liggen van de persoon. Beslissingen zullen genomen worden in dialoog en bij evaluaties wordt de persoon actief betrokken.

Meer informatie kan je vinden in de volgende bronnen:

  • Nota aan de Vlaamse regering van 11 december 2017 betreffende het ontwerp van besluit houdende de uitvoering van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten, wat betreft de activeringstrajecten en de arbeidsmatige activiteiten.

 


[1] Voor meer informatie neem je best contact op met de instantie van waar je je uitkering krijgt.

[2] Ook wel “niet toeleidbaar” genoemd.

[3] Het Gebruikersoverleg Handicap en Arbeid is een platform van gebruikersorganisaties rond het thema tewerkstelling van mensen met een arbeidshandicap. Gebruikersorganisaties wisselen er onderling informatie uit en gaan met elkaar in overleg over het tewerkstellingsbeleid. Daarnaast worden vanuit het overleg vertegenwoordigers afgevaardigd in verschillende beleidsorganen. Het Vlaams Patiëntenplatform is lid van dit overleg.

 

Overname van inhoud

Alle artikels uit de nieuwsbrief van het Vlaams Patiëntenplatform mogen overgenomen worden mits bronvermelding, als volgt: © (jaartal) Vlaams Patiëntenplatform. Het Vlaams Patiëntenplatform verdedigt de belangen van de patiënt bij het politiek beleid en de gezondheidsinstellingen. www.vlaamspatientenplatform.be.