Uit: Samenspraak 93 | Inhoudstafel >

Interview

Interview met minister Jo Vandeurzen over de hervorming van de eerstelijnsgezondheidszorg

"Meer samenwerking en betere communicatie moet zorgen voor kwaliteitsvollere zorg"

Waarom moet de eerstelijnszorg, waarin o.a. huisartsen, tandartsen en kinesitherapeuten werken, hervormd worden? Wat zal je daar als patiënt van merken? En hoe kunnen patiënten een stem krijgen in de eerstelijnszones? We vragen het aan Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Ilse Weeghmans, directeur van het Vlaams Patiëntenplatform, neemt deel aan het gesprek om de vragen van personen met een chronische ziekte te benadrukken.

VPP: Waarom moet de eerstelijnszorg worden hervormd?

Minister Vandeurzen: “De tanker van de gezondheidszorg moet van koers veranderen om een antwoord te bieden op een aantal evoluties. Er zijn steeds meer mensen met een chronische ziekte en het aantal mensen dat langdurig zorg nodig heeft, stijgt. Ook de vraag naar geestelijke gezondheidszorg, ouderenzorg en thuiszorg neemt toe. Door de vooruitgang in de geneeskunde verblijven patiënten ook vaak minder lang in het ziekenhuis. Hierdoor is het belangrijk om goed af te stemmen hoe de patiënt nadien thuis moet worden ondersteund.

Patiënten en mantelzorgers vragen zich meer en meer af hoe ze in hun thuissituatie zo goed mogelijk ondersteund kunnen worden. Bij die zorg is niet alleen de huisarts betrokken, maar ook andere zorgverleners of welzijnswerkers. Voor de patiënt zal het worst wezen welke overheid welke zorg betaalt. Hij of zij wil vooral dat het op een goede manier gebeurt en dat de zorgverleners en welzijnswerkers goed met elkaar communiceren. Dat zijn allemaal redenen waarom het zo belangrijk is om de eerste lijn te hervormen.

We hebben heel veel goede zorgverstrekkers in de eerste lijn, maar het is een versnipperd landschap. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zegt dat, als je een goede en toegankelijke zorg wilt, je vooral moet inzetten op de toegankelijkheid van de eerste lijn.”

VPP: Welk resultaat mag de patiënt verwachten van de hervorming?

Minister Vandeurzen: “Als eerste stap verdelen we Vlaanderen in gebieden, eerstelijnszones, waarbij we ondersteuning zullen bieden aan de eerstelijnswerkers. We gaan er vanuit dat die klus voor de zomer zal geklaard zijn. Slechts op één à twee plaatsen moet nog een knoop worden doorgehakt.

Patiënten zullen het effect van de hervorming geleidelijk aan merken. Zo zal er meer routine komen in de manier waarop mensen samenwerken in de zorg en in de ondersteuning thuis. Maar ook de communicatie tussen de zorgverleners en welzijnswerkers zal vlotter en beter verlopen. Digitaal gegevens uitwisselen zal daarin een belangrijk hulpmiddel zijn.”

Minister Jo Vandeurzen

Minister Jo Vandeurzen, foto: Seppe Kuppens

VPP: Zal de hervorming de kwaliteit van de zorg verbeteren?

Minister Vandeurzen: “Laat ons eerlijk zijn: we kunnen de kwaliteit van de zorg in de eerste lijn momenteel nog niet echt meten. Een aantal jaren geleden zijn we in Vlaanderen gestart met een traject om kwaliteit in de zorg te meten en erover te communiceren. Ook het VPP werkte daar actief aan mee. Ziekenhuizen meten bijvoorbeeld al de kwaliteit van de zorg, onder meer met de Vlaamse Patiëntenpeiling.

Ook in woonzorgcentra en in de geestelijke gezondheidszorg meten we de kwaliteit van de zorg. Daarnaast hebben we het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg (VIKZ) opgericht. Dat moet samen met de zorgsector het kwaliteitsbeleid verder uitstippelen.

In de eerste lijn willen we de kwaliteit van de zorg ook graag meten. Maar dat zal toch nog wel wat tijd vergen omdat het zo’n verscheiden landschap is met zoveel verschillende zorgverstrekkers en welzijnsdiensten. Ik denk dat we ook nog werk hebben om alle zorgverleners uit de eerste lijn te overtuigen van het nut van een kwaliteitsbeleid. Bovendien moeten we opletten dat dit niet voor te veel extra administratie zorgt.

Voor patiënten betekent kwaliteit in de eerste lijn o.a. continuïteit van de zorg en afstemming tussen zorgverleners. Dat kan de eerstelijnshervorming alvast stimuleren.”

VPP: In ziekenhuizen zijn er kwaliteitscoördinatoren, maar die heb je niet in de eerste lijn. Zal u vanuit Vlaanderen ondersteuning voorzien?

Minister Vandeurzen: “Na de vorige eerstelijnsconferentie is er een samenwerkingsplatform opgericht met alle organisaties uit de eerste lijn. De belangrijkste organisaties, zoals van de verpleegkundigen, apothekers en huisartsen, willen meewerken om kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen. Het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg zal hen daarin ondersteunen.

Organisaties uit de eerste lijn moeten proberen om onderlinge verschillen en problemen uit het verleden te overstijgen en tonen dat ze een gemeenschappelijke ambitie hebben om een kwaliteitsbeleid uit te werken.”

Ilse Weeghmans: “Het VPP zal daar ook actief aan meewerken. We denken er bijvoorbeeld aan om een versie van de Vlaamse Patiëntenpeiling te ontwikkelen voor de eerste lijn.”

VPP: Hoe kan de patiënt zijn stem laten horen in de eerste lijn?

Minister Vandeurzen: “Daar zijn nog geen concrete afspraken over. Ik hoor dat er verschillende meningen zijn over hoe dat moet gebeuren. Moeten patiënten bijvoorbeeld in alle zorgraden zitten?

We moeten een concept vinden waardoor het perspectief van de patiënt voldoende aan bod komt in de zorgraden. Het overleg tussen zorgverleners en welzijnswerkers is één aspect, maar ze moeten ook kijken of wat ze doen in overeenstemming is met wat patiënten verwachten. Zo’n model hebben we voorlopig nog niet. Er worden op dit moment al methodes uitgetest, maar de tijd zal uitwijzen wat het beste werkt.”

Ilse Weeghmans: “In Limburg zijn we al gestart met een model om de stem van de patiënt te laten horen in de eerstelijnszones. Wij willen deelnemen aan de zorgraden maar in een adviserende rol. We zouden er de voorkeur aan geven om niet op elke vergadering aanwezig te zijn maar het te beperken tot enkele vergaderingen per jaar, die zouden inzoomen op patiëntenthema’s.

De patiënten die deelnemen aan de zorgraden, worden afgevaardigd vanuit de expertenpool van patiënten uit de verenigingen die ZOPP Limburg[1] samenbrengt. Die mensen kunnen verder kijken dan hun eigen aandoening en verkondigen de stem van alle patiënten. We voorzien ook de nodige coaching en vorming en volgen de agenda’s van de vergaderingen op.

Tweede aspect van het model is dat we de verantwoordelijken van de eerstelijnszones enkele keren per jaar samenbrengen en onderdompelen in de expertenpool van patiënten. Zodat zij goed weten wat er leeft bij de patiënten in de verenigingen. Ten slotte willen we onze verenigingen, die dit wensen, nauw laten samenwerken met een eerstelijnspartner om ervaringen vanuit patiënten door te geven zodat de zorg voor de patiënt kan verbeteren. Iedereen is enthousiast over die methode maar om dit uit te rollen in andere provincies hebben we extra middelen nodig.”

Minister Vandeurzen: “Als we in een provincie kunnen aantonen wat het model zou kunnen zijn voor patiëntenparticipatie dan zou dat een grote stap vooruit zijn. Dat is toch een van de moeilijkere punten: hoe laat je patiënten participeren? Als jullie model goed blijkt te werken, moeten we kijken hoe we dat kunnen realiseren in de andere provincies.”

VPP: Zal de patiënt verplicht worden om een vast team te aanvaarden?

Minister Vandeurzen: “Neen, wat mij betreft niet. Vrije keuze blijft het uitgangspunt, maar het is wel een complex gegeven. Dat merkte ik tijdens de voorbereiding van de eerstelijnsconferentie. Langs de ene kant zorgen vaste partners die elkaar kennen voor continuïteit van de zorg en dat is voor de kwaliteit van de zorg een goede zaak. Aan de andere kant moeten we de patiënt zijn vrije keuze respecteren. Daar zit spanning op. We moeten kijken hoe we die twee kunnen verzoenen met elkaar en zo zorgen voor kwaliteitsvolle zorg.”

VPP: Blijft de huisarts een centrale rol spelen in de organisatie van de zorg? Zal hij ook alle zorg coördineren?

Minister Vandeurzen: “Voor alles wat medisch is, lijkt me het evident dat de huisarts een centrale rol speelt. Maar het hangt af van de situatie van de patiënt en zijn of haar wensen of de huisarts ook een coördinerende rol op zich zal nemen.”

VPP: Zorgverleners uit de eerste lijn wijzen patiënten nog niet altijd door naar patiëntenverenigingen. Kan de hervorming een oplossing bieden?

Minister Vandeurzen: “Ik ben overtuigd van wel. Zeker wanneer de nieuwe structuren van de eerste lijn goed beginnen te draaien. Ik droom ervan dat als mensen een bepaalde diagnose krijgen, ook patiëntenverenigingen een rol zullen kunnen spelen in de zorg. Het moet een veel grotere evidentie worden om mensen door te verwijzen naar patiëntenverenigingen. Als je een diagnose krijgt, moet je vaak allerlei zaken regelen en zit je met veel vragen. Dan is het handig dat iemand die hier al ervaring mee heeft je uitlegt wat er gebeurt op het vlak van sociale zekerheid, de terugbetaling van geneesmiddelen, werk, tegemoetkomingen waar je recht op hebt,… Of misschien heb je wel nood aan lotgenotencontact? Op dat vlak worden patiënten soms nog te weinig ondersteund.

Ik was onlangs nog bij een stomavereniging en ik was onder de indruk hoe vrijwilligers kennis delen met andere patiënten. Zo’n ondersteuning kan je niet waarmaken met alleen professionals. Dat is toch een extra dimensie in de zorg. In de eerste lijn zal je omwille van het diverse karakter van de sector, structuren nodig hebben om contacten met patiëntenverenigingen te leggen.”

VPP: Patiënten kunnen nu op verschillende plaatsen klacht neerleggen. Het is niet eenvoudig om uit te zoeken waar je moet zijn voor welke klacht. Geeft de hervorming van de eerste lijn hier een antwoord op?

Minister Vandeurzen: “Dat is onze ambitie, maar het klachtenbeleid optimaliseren zal niet voor morgen zijn. Al ben ik toch optimistisch. Als je ziet dat er voor de eerstelijnshervorming de nodige draagkracht is, denk ik dat er ook wel animo zal zijn voor een toegankelijk klachtrecht. Het systeem is op dit moment inderdaad niet ideaal.

Ik denk dat er bij sommige zorgverleners nog wat koudwatervrees is. Sommigen denken nog te veel in termen als: “waar moeit men zich mee”. Het is ook complex omdat de federale overheid bevoegd is voor klachten over individuele prestaties van zorgverleners en Vlaanderen over de samenwerking tussen zorgverleners. Je kan van de patiënt niet verwachten dat die uitzoekt met welke klacht hij waar terecht kan. Patiënten moeten gewoon hun klacht kunnen indienen.

We moeten kijken met de federale overheid hoe we werk kunnen maken van een beter klachtrecht via een samenwerkingsakkoord. Maar ik vrees dat dat werk zal zijn voor de volgende regeerperiode. Eerst moeten we de hervorming van de eerstelijnszorg verder uitwerken.”

VPP: Bedankt voor het interview! We kijken met spanning uit naar de verdere uitrol van de eerstelijnshervorming.

 



[1] ZOPP staat voor Zelfhulpondersteuning en patiëntenparticipatie. Het wil zelfhulpgroepen en patiëntenverenigingen in hun eigen provincie ondersteunen en begeleiden. ZOPP is een samenwerkingsinitiatief van het Vlaams Patiëntenplatform en Trefpunt Zelfhulp. Momenteel hebben we een regionale antenne in de provincie Limburg en in Brussel.

 

Overname van inhoud

Alle artikels uit de nieuwsbrief van het Vlaams Patiëntenplatform mogen overgenomen worden mits bronvermelding, als volgt: © (jaartal) Vlaams Patiëntenplatform. Het Vlaams Patiëntenplatform verdedigt de belangen van de patiënt bij het politiek beleid en de gezondheidsinstellingen. www.vlaamspatientenplatform.be.