Voorwaarden tijdelijk onderwijs aan huis

Laatst aangepast op 12 december 2012

Uitzondering voor kinderen met een chronische ziekte
Voorbeeld

Om recht te hebben op tijdelijk onderwijs aan huis moet je aan een aantal voorwaarden voldoen.

  • De leerling moet meer dan 21 kalenderdagen ononderbroken afwezig zijn op school wegens ziekte of ongeval. Als de leerling opnieuw les volgt maar binnen de 3 maanden terug afwezig is wegens ziekte of ongeval, dan geldt er geen wachttijd maar gaat het recht op tijdelijk onderwijs aan huis onmiddellijk in. Voor het berekenen van deze 21 kalenderdagen worden vakantieperiodes meegeteld.
  • Ook een leerling die na ononderbroken 21 dagen afwezigheid wegens ziekte of ongeval op weekbasis minder dan halftijds aanwezig kan zijn op school, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis. Het medisch attest moet hier bevestigen dat de leerling onmogelijk halftijds of meer op school kan zijn.
  • De school is verplicht tijdelijk onderwijs aan huis te voorzien wanneer de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de leerling niet meer bedraagt dan 10 km voor een school in het gewoon onderwijs en 20 km voor het bijzonder onderwijs in lager en secundair onderwijs. Indien de afstand groter is, dan kan de school tijdelijk onderwijs aan huis voorzien wanneer dit voor hen haalbaar is om te organiseren. Arbeidsprestaties en vervoerskosten worden gefinancierd door de overheid (tot de wettelijke afstand).
  • De leerling moet beschikken over een medisch attest van de behandelend arts dat de leerling niet naar school kan gaan maar wel onderwijs mag volgen thuis. De ouders dienen vervolgens zelf een schriftelijke aanvraag in te dienen bij de school. Bij verlenging moet er een nieuwe aanvraag ingediend worden.

Uitzondering voor kinderen met een chronische ziekte

Sinds 1 januari 2007 zijn de regels voor het tijdelijk onderwijs aan huis aangepast. Kinderen met een chronische ziekte hoeven niet langer 21 dagen onafgebroken afwezig te zijn op school. Onder chronische ziekte verstaat de wet " een ziekte waarvoor een continue of repetitieve behandeling van minstens 6 maanden noodzakelijk is". Een medisch attest van de behandelend arts is voldoende om te bepalen dat een kind chronisch ziek is en de wachttijd dus niet moet doorlopen.
Vanaf 9 halve schooldagen afwezigheid heeft de leerling recht op 4 uren tijdelijk onderwijs aan huis. De uren tijdelijk onderwijs aan huis kunnen opgespaard worden en later opgenomen worden. De school moet het aantal dagen afwezigheid bijhouden.  

Voorbeeld

Een leerling met een chronische ziekte is in een bepaalde week 3 dagen afwezig. Daarna gaat hij terug naar school maar 3 weken later is hij 2 dagen ziek. De leerling is, omgerekend, een volledige schoolweek (9 halve dagen) afwezig geweest en heeft dus recht op vier uur tijdelijk onderwijs aan huis. Wanneer hij de week daarop niet meer ziek is, kunnen de 4 lesuren die opgespaard zijn, ook gegeven worden op woensdagnamiddag of op zaterdagmorgen zodat het niet te zwaar wordt om tijdens de schooluren extra les te krijgen.
De leerling kan ook beslissen de 4 uren tijdelijk onderwijs aan huis niet op te nemen maar op te sparen. Wanneer hij een aantal weken later opnieuw een week ziek is, kan hij bijvoorbeeld 8 uren les opnemen.