Voorschrift Op Stofnaam

Laatst aangepast op 04 april 2013

Sinds april 2012 bestaat de nieuwe regeling van het ‘Voorschrift Op Stofnaam’. Wanneer mensen praten over het ‘Voorschrift Op Stofnaam’ wordt dit vaak afgekort tot ‘VOS’.

Sinds mei 2012 bestaat het systeem van het ‘automatischVoorschrift Op Stofnaam. Dit geldt enkel voor antibiotica (bacteriedodende geneesmiddelen) en antimycotica (schimmeldodende geneesmiddelen) die gebruikt worden voor een acute behandeling (dit is een behandeling met een korte duurtijd).

Vooraleer beide systemen uitgelegd worden, is het belangrijk om te weten wat ‘stofnaam’ eigenlijk wil zeggen. Bij geneesmiddelen heb je enerzijds de ‘merknaam’ en anderzijds de ‘stofnaam’.

1.  Merknaam? Stofnaam?

De merknaam is de naam die de firma heeft ‘uitgevonden’ voor het geneesmiddel. Je kan het vergelijken met mayonaise van het huismerk van een grootwarenhuis (mayonaise van Colruyt (Everyday), van Delhaize, van Carrefour) of andere merken, zoals Heinz of Calvé. Deze mayonaise heeft telkens een andere merknaam.

De stofnaam van een geneesmiddel is de naam van de actieve stof die in een geneesmiddel zit. Als we kijken naar mayonaise zouden we kunnen zeggen dat mayonaise uit dezelfde ingrediënten bestaat. De naam van deze ingrediënten verandert niet, ook niet als de mayonaise van een ander merk is.

Om een voorbeeld te geven:

Er zijn heel wat geneesmiddelen op de markt met als actieve stof ‘paracetamol’. De stofnaam is dus ‘paracetamol’. Voorbeelden van geneesmiddelen met de stofnaam ‘paracetamol’ zijn het merk ‘Dafalgan’, ‘Perdolan’, ‘Panadol’, ‘Paracetamol Teva’. Dafalgan, Perdolan, Panadol, Paracetamol Teva zijn allemaal merknamen van geneesmiddelen met stofnaam ‘paracetamol’.

2.  Voorschrift Op Stofnaam

Vanaf 1 april 2012 krijgt een patiënt één van drie ‘goedkoopste’ geneesmiddelen afgeleverd wanneer hij met een voorschrift op stofnaam naar de apotheker gaat.

Om te bepalen wat het ‘goedkoopste’ geneesmiddel is, worden enkele stappen doorlopen.


Stap 1: geneesmiddelen worden gegroepeerd:

  • per actieve stof (stofnaam)
  • met dezelfde sterkte
  • op dezelfde manier toegediend
  • met gelijke verpakkingsgrootte

Zo maakt men de ‘VOS-groepen’

Stap 2: drie goedkoopste geneesmiddelen van VOS-groep worden aangeprezen

                Zo maakt men een ‘groep van goedkoopsten’

Stap 3: één geneesmiddel van de ‘groep van goedkoopsten’ wordt afgeleverd


Om een ‘Voorschrift Op Stofnaam’-groep samen te stellen, worden geneesmiddelen gegroepeerd volgens:

  • hetzelfde actieve bestanddeel
  • dezelfde sterkte
  • dezelfde toedieningsweg
  • dezelfde verpakkingsgrootte

Uit elke ‘Voorschrift Op Stofnaam’-groep worden de drie goedkoopste geneesmiddelen geselecteerd. Deze drie geneesmiddelen bevatten dus hetzelfde actieve bestanddeel, hebben dezelfde sterkte, worden op dezelfde manier toegediend en zitten in een verpakking van dezelfde grootte. Deze drie ’goedkoopste geneesmiddelen’ zijn de geneesmiddelen met de laagste prijs op de markt, in België, die maand.

Bepalen van de groep van goedkoopsten

3.  Voorschrift Op Stofnaam in de praktijk

Wat gebeurt er in de praktijk wanneer je een voorschrift krijgt van je arts? Verschillende scenario’s zijn mogelijk: of je krijgt een voorschrift op merknaam (situatie 1) of je krijgt een voorschrift op stofnaam (situatie 2).

Situatie 1 Op je voorschrift staat de merknaam van het geneesmiddel vermeld.

Het geneesmiddel dat voorgeschreven wordt op merknaam wordt afgeleverd zoals het op het voorschrift vermeld staat. Het aandeel dat de patiënt zal moeten betalen hangt af van ‘de markt’: wanneer het een merkgeneesmiddel is waarvoor er geen alternatief bestaat, dan betaal je de ‘gewone’ prijs. Omdat er geen alternatief is, is dit merk dan bij wijze van spreken ‘het goedkoopste’ dat op de markt verkrijgbaar is. Dit geneesmiddel wordt terugbetaald volgens de gewone terugbetalingsvoorwaarden.

Regeling voor een voorschrift waarop de merknaam van een geneesmiddel wordt vermeld

Wanneer er wel een alternatief bestaat, dan wordt gekeken naar de prijs van het merkgeneesmiddel dat werd voorgeschreven. Heeft de producent van dit geneesmiddel zijn prijs laten zakken tot op het niveau van het goedkope alternatief, dan is dit merkgeneesmiddel even duur als het goedkope. Wanneer dit het geval is, zal de patiënt geen supplement betalen. Is de prijs niet gezakt, dan zal de patiënt een supplement moeten betalen. Dit supplement is het verschil tussen de prijs van het goedkope alternatief en de prijs van het origineel merkgeneesmiddel. In beide gevallen worden geneesmiddelen terugbetaald volgens de gewone terugbetalingsvoorwaarden.

Situatie 2 Op je voorschrift staat de stofnaam van het geneesmiddel vermeld.

Wanneer je een voorschrift hebt gekregen waarop de stofnaam van het geneesmiddel vermeld wordt, dan krijg je een geneesmiddel uit de ‘groep van goedkoopsten’ afgeleverd (zie hierboven). Met een voorschrift op stofnaam krijg je altijd één van de drie goedkoopste geneesmiddelen die op de markt zijn, die maand. Dit geneesmiddel wordt terugbetaald volgens de gewone terugbetalingsvoorwaarden.

Regeling voor een voorschrift waarop de stofnaam van een geneesmiddel wordt vermeld

Soms kan het gebeuren dat je met je voorschrift op stofnaam naar de apotheker gaat, maar er geen enkel van de drie ‘goedkoopste’ geneesmiddelen in voorraad is. Dan zal je toch kunnen betalen alsof je het goedkoopste geneesmiddel gekregen hebt. Voor jou, als patiënt, verandert er dan dus niks. De apotheker zal in zijn computer wel moeten aangeven dat het gaat om een geval van ‘overmacht’.

Er is sprake van overmacht wanneer:

1° goedkoopste geneesmiddel niet binnen de 12 uur beschikbaar is bij

groothandelaars(-verdelers),

2° behandeling uitstellen onmogelijk is of de continuïteit van de behandeling in gevaar komt,  

3° de patiënt zich, tijdens wachtdienst, onmogelijk kan bevoorraden bij een andere apotheek in de omgeving.

4.  Geneesmiddelen die niet onder de regeling van Voorschrift Op Stofnaam vallen

Bij de voorbereiding van de nieuwe regelgeving rond het ‘voorschrijven op stofnaam’ werd nagedacht over de geneesmiddelen die hiervoor (niet) in aanmerking zouden kunnen komen. Zo zijn er twee grote categorieën van geneesmiddelen vastgelegd, namelijk de ‘NO SWITCH’ en de ‘NO VOS’ geneesmiddelen.

Speciale regeling voor bepaalde geneesmiddelen

De NO SWITCH-categorie bevat geneesmiddelen waarvan het veranderen van merk niet wordt aanbevolen. Dit wil zeggen dat besloten werd dat de patiënt best het geneesmiddel waarmee de behandeling gestart is, blijft nemen. Belangrijk is wel dat er wel van geneesmiddel mag veranderd worden. Deze eventuele verandering gebeurt steeds in overleg met patiënt en arts. De tweede categorie is de ‘NO VOS’: in deze groep zitten geneesmiddelen waarvoor het voorschrijven op stofnaam geen meerwaarde zou hebben. De geneesmiddelen die hieronder vallen zouden immers zelden tot nooit op stofnaam voorgeschreven worden, omdat ze zo specifiek zijn.

5.  Automatisch Voorschrift Op Stofnaam

Sinds 1 mei 2012 zijn er nieuwe regels in verband met het voorschrijven van antibiotica (bacteriedodende geneesmiddelen) en antimycotica (schimmeldodende geneesmiddelen) voor een behandeling van korte duur.

Regeling voor acute antibiotica en antimycotica

Wanneer een arts antibiotica of antimycotica (voor een korte termijn) voorschrijft op merknaam, dan zal dit ‘automatisch’ gelezen worden als een voorschrift op stofnaam. Concreet wil dit zeggen dat de patiënt het goedkoopste geneesmiddel krijgt dat dezelfde actieve stof, sterkte, toedieningswijze en verpakkingsgrootte heeft als het voorgeschreven merkgeneesmiddel. Het merkgeneesmiddel wordt ‘gesubstitueerd’ (dit betekent vervangen) naar het goedkope geneesmiddel (er kan nooit gesubstitueerd worden naar een geneesmiddel met een hogere prijs!).

In uitzonderlijke gevallen kan van deze regel worden afgeweken. Zo zal de apotheker het geneesmiddel moeten afleveren zoals het op het voorschrift staat wanneer de arts op het voorschrift ‘niet substitueren’ vermeldt. Dit mag alleen maar wanneer de patiënt allergisch is voor een ander geneesmiddel of er een ander therapeutisch bezwaar zou zijn. Wanneer een merkgeneesmiddel niet wordt vervangen, zijn nog steeds alle gewone terugbetalingsregels geldig en kan het ook zijn dat de patiënt een supplement (het verschil tussen de prijs van het goedkope alternatief en de prijs van het origineel geneesmiddel) moet betalen.

 

Wil je meer weten?

Je kan een geneesmiddel op merknaam of op stofnaam zoeken op de website van het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie: http://www.bcfi.be/

Met vragen kan je ook steeds terecht bij:  hannelore.storms@vlaamspatientenplatform.be

Meer informatie