Uit: Samenspraak 93 | Inhoudstafel >

Edito

Wat betekent het systeem van toegelaten arbeid voor jou?

De voorbije maanden ontving het Vlaams Patiëntenplatform heel wat ongeruste telefoons en mails van patiënten over de hervorming van het systeem van toegelaten arbeid dat op 1 april in werking trad. Naar aanleiding hiervan vond op 10 april 2018 een overleg plaats met het kabinet van minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Maggie De Block. In dit artikel lichten we het nieuwe systeem toe en brengen we verslag uit van het overleg met het kabinet.

Wat houdt de hervorming van toegelaten arbeid in?

Het systeem van toegelaten arbeid biedt je de kans om tijdens je arbeidsongeschiktheid gedeeltelijk het werk te hervatten. Je behoudt een deel van je ziekte-uitkering in combinatie met het loon dat je krijgt. Om in dit systeem aan de slag te gaan, moet de adviserend arts van het ziekenfonds toestemming geven. Het is belangrijk dat je de aanvraag doet vooraleer je het werk gedeeltelijk hervat. In afwachting van de beslissing van de adviserend arts mag je wel al beginnen.

Beeld: Freepik

Beeld: Freepik

 

De hervorming bevat twee luiken:

  • Wijzigingen aan de toelating
  • Wijzigingen aan de berekening van de uitkering

1.Wijzigingen aan de toelating

De toelatingen om aan de slag te mogen gaan in dit systeem worden beperkt in de tijd, namelijk voor maximum 2 jaar. Deze termijn is steeds verlengbaar met een maximumduur van 2 jaar. Dit wil zeggen dat je na 2 jaar zelf een nieuwe aanvraag moet indienen en dat de adviserend arts van het ziekenfonds je gezondheidstoestand opnieuw zal evalueren.

Overgangsperiode

Alle toelatingen die momenteel geen einddatum hebben zullen gelimiteerd worden tot 2 jaar. De ziekenfondsen hebben tot 31 maart 2019 de tijd om alle toelatingen te beperken tot 2 jaar. De adviserend arts van het ziekenfonds zal deze dossiers vanaf 1 april 2018 stelselmatig herbekijken. Je zal op de hoogte worden gebracht als dit voor jouw dossier gebeurd is.

2.Wijzigingen aan de berekening van de uitkering

Vóór 1 april 2018 gebeurde de berekening van de ziekte-uitkering op basis van het loon via een schijvensysteem. Hoe meer dagloon, hoe meer de uitkering daalde.

De wijziging van de berekening vertrekt vanuit een aantal principes:

  • Niet het loon, maar het aantal uren dat je het werk gedeeltelijk hervat, bepaalt de berekening van de uitkering.
  • Wie wil werken behoudt altijd een stuk, namelijk 20%, van de uitkering.

De wijze waarop je uitkering verminderd wordt, is gebaseerd op enerzijds het aantal uren waarvoor je deeltijds het werk hervat en anderzijds het aantal uren van een maatpersoon[1] in dezelfde functie. Het eerste deel je door het laatste en deze uitkomst bepaalt het percentage waarmee je uitkering wordt verminderd. Belangrijk! 20% van je uitkering wordt vrijgesteld van aftrek.

Stel: je werkt 19 uur per week in het systeem van toegelaten arbeid in een functie waar een maatpersoon 38 uren per week werkt. Je werkt dus 50% van het totaal aantal uren dat een maatpersoon in dezelfde functie werkt.

Van deze 50% is 20% vrijgesteld. In totaal zou er 30% van je uitkering afgaan. Door halftijds het werk te hervatten, behoud je 70% van je uitkering die je zou ontvangen als je niet opnieuw aan de slag zou gegaan zijn. Daarnaast ontvang je natuurlijk loon voor het aantal uren dat je het werk hervat.

Overgangsperiode

Voor de toelatingen die gelden op 1 april 2018 wordt de vergelijking gemaakt tussen het oude systeem (via schijven op het loon) en het nieuwe systeem. Het meest voordelige wordt toegepast. Hoe lang deze overgangsperiode zal gelden, ligt niet vast. Na 2 jaar zal dit geëvalueerd worden. Voor nieuwe toelatingen vanaf 1 april 2018 geldt de nieuwe berekeningswijze.

Uitzonderingen

Er bestaan uitzonderingen op de nieuwe regel voor wie in een beschutte werkplaats werkt, aan de slag is als onthaalouder of een activiteit als zelfstandige uitvoert. Je ziekenfonds kan je hierover meer info bezorgen.

Voor wie als zelfstandige in het systeem van toegelaten arbeid aan de slag gaat, hangt het er van af of je arbeidsongeschikt werd als zelfstandige of als loontrekkende:

  • Wanneer je arbeidsongeschikt werd als zelfstandige volg je gewoon verder de huidige berekening. Je uitkering verandert de eerste zes maanden niet. Vanaf de zevende maand tot het einde van het derde jaar dat volgt op het jaar waarin je opnieuw begon te werken, dalen je ziekte-uitkeringen met 10%. Nadien wordt het beroepsinkomen "aangerekend" volgens de modaliteiten die gelden in de pensioenreglementering voor zelfstandigen. Dit betekent dat je activiteiten kan combineren met een uitkering zolang je niet meer dan een bepaald bedrag verdient. Van zodra je meer verdient dan dit bedrag daalt je uitkering stelselmatig.
  • Wanneer je arbeidsongeschikt werd als loontrekkende en aan de slag gaat in het systeem van toegelaten arbeid als zelfstandige, zal je vanaf 1 april 2018 overgaan naar bovenvermeld systeem. Dit wil zeggen dat je vanaf 1 april 2018 tot 30 september 2018 je volledige uitkering krijgt omdat het systeem voor zelfstandigen bepaalt dat je uitkering de eerste zes maanden niet verandert. Vanaf 1 oktober 2018 zal je uitkering dalen met 10%, enzovoort.
Voor meer informatie neem je best contact op met je ziekenfonds.

 

Overleg op het kabinet van minister De Block op 10 april 2018

Tijdens het overleg met het kabinet van minister De Block bespraken we volgende punten:
 

  • We bezorgden een nota met berekeningen aan het kabinet waaruit blijkt dat het nieuwe systeem vooral nadeliger is dan het oude systeem voor personen met een laag bruto-inkomen en een tewerkstelling vanaf 40%. Op een paar berekeningen na, bevestigde het kabinet onze berekeningen.
  • We kregen de garantie dat voor mensen die nu aan de slag zijn in het oude systeem het meest voordelige bedrag zal worden toegekend en ze dus niets zullen verliezen.

    Opgelet! Het gaat hier over verliezen van inkomen ten opzichte van de oude berekeningswijze. Werken in toegelaten arbeid zal nog altijd meer inkomen opleveren dan wanneer je niet werkt en enkel een ziekte-uitkering krijgt.
  • Mensen met een chronische aandoening zetten vaak niet meer de stap naar een voltijdse job. Daarom is het belangrijk dat het systeem van toegelaten arbeid aantrekkelijk blijft omdat het een veilige manier is voor iemand die arbeidsongeschikt is om toch een beetje te werken. We zijn blij dat het systeem wordt geëvalueerd, maar dit mag niet in het nadeel van de patiënt zijn.
  • We hebben gevraagd om de vrijstelling van 20% van de ziekte-uitkering op te trekken naar bijvoorbeeld 30%. Vraag is wel of deze verhoogde vrijstelling ook moet gelden voor mensen met een hoog brutoloon omdat die dan nóg meer voordeel zullen doen in het nieuwe systeem ten opzichte van mensen met een laag brutoloon.
     
  • We hebben onze verontwaardiging uitgesproken over de onduidelijke en laattijdige communicatie over deze hervorming. Het kabinet ziet dit als een taak van de ziekenfondsen en betreurt dit ook. De minister zal de ziekenfondsen hierover aanspreken.

Het Vlaams Patiëntenplatform hoopt dat er een structurele oplossing komt voor mensen die in het nieuwe systeem minder zouden ontvangen dan in het oude systeem. Voor ons is het belangrijk dat mensen zeker niets verliezen.

Het kabinet zal onze bezorgdheden voorleggen aan het beheerscomité van het RIZIV waarin de werkgevers- en werknemersorganisaties en de verzekeringsinstellingen zetelen. We bezorgden deze ondertussen ook rechtstreeks in een brief aan het beheerscomité.

Voor meer info kan je terecht bij Eline Bruneel, projectverantwoordelijke werkgelegenheid, via eline.bruneel@vlaamspatientenplatform.be of 016 23 05 26.

 

 


[1] Dit kan zowel gaan om een voltijdse tewerkstelling als om een deeltijdse tewerkstelling.

 

Overname van inhoud

Alle artikels uit de nieuwsbrief van het Vlaams Patiëntenplatform mogen overgenomen worden mits bronvermelding, als volgt: © (jaartal) Vlaams Patiëntenplatform. Het Vlaams Patiëntenplatform verdedigt de belangen van de patiënt bij het politiek beleid en de gezondheidsinstellingen. www.vlaamspatientenplatform.be.