Uit: Samenspraak 83 | Inhoudstafel >

Edito

Wat betekent het M-decreet voor kinderen met een chronische ziekte?

Kinderen met een chronische ziekte hebben het niet altijd gemakkelijk om naar school te gaan. Ze zijn bijvoorbeeld vaak afwezig waardoor ze lessen missen of ze hebben bepaalde ondersteuning nodig op school die niet altijd voorzien is. Ondanks bepaalde moeilijkheden is het toch belangrijk dat deze kinderen les kunnen volgen in het gewoon onderwijs en hierin ondersteund worden. Dit recht op ondersteuning in het gewoon onderwijs staat vermeld in het M-decreet dat sinds 1 september 2015 van toepassing is in alle Vlaamse scholen. De ‘M’ staat hierin voor ‘maatregelen voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften’.

Bevraging VPP

Het Vlaams Patiëntenplatform vindt het belangrijk dat kinderen met een chronische ziekte les kunnen volgen in het gewoon onderwijs en hierin ondersteund worden. Daarom hebben we een korte bevraging gedaan bij ouders van kinderen met een chronische ziekte. Het doel van deze vragenlijst was de ervaringen van ouders en hun kinderen omtrent het M-decreet na te gaan. Deze ervaringen nemen we mee in ons beleidswerk om ervoor te zorgen dat kinderen met een chronische ziekte toegang hebben tot onderwijs op maat.

In totaal zijn 95 respondenten gestart met de vragenlijst, waarvan 63 personen hem volledig hebben ingevuld. Bij het invullen van de vragen werd gewerkt met doorverwijzingen. Dit wil zeggen dat bepaalde vragen niet moesten worden ingevuld afhankelijk van het antwoord op de vorige vraag. De percentages die hieronder worden weergegeven, gaan dus niet altijd over het totaal aantal respondenten. Deze informatie moet in het achterhoofd worden gehouden bij het interpreteren van deze percentages.

Hieronder vind je alvast de eerste resultaten van onze bevraging. De volledige analyse volgt later.

Het M-decreet 

Het M-decreet heeft als doel het onderwijs meer inclusief te maken voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Er is dan ook de verwachting dat minder kinderen naar het buitengewoon onderwijs zullen gaan door de maatregelen die het M-decreet voorziet. In mei verschenen er cijfers die aantoonden dat er tot nu toe nog maar een beperkt aantal leerlingen het buitengewoon onderwijs verlaten heeft met behulp van het M-decreet. Het gaat om net geen 2.000 leerlingen op een totaal van 30.000 in het lager onderwijs en een kleine 400 leerlingen op 21.000 in het secundair onderwijs. Vlaams Minister van Onderwijs Hilde Crevits zegt blij te zijn met de langzame evolutie die zich aftekent.


Uit onze enquête blijkt dat bijna 40% van de door ons bevraagde ouders niet weet wat het M-decreet inhoudt. Zo’n 60% is hier wel van op de hoogte waarvan de meerderheid dit via de media vernomen heeft.


Het decreet bestaat uit zes krachtlijnen die hieronder verder worden toegelicht.

Eerst gewoon onderwijs, dan buitengewoon onderwijs 

De focus moet liggen op wat het kind nodig heeft en niet op wat het kind niet kan. In de eerste plaats moet het kind terecht kunnen in het gewoon onderwijs, waar een uitgebreid zorgbeleid moet uitgebouwd zijn. Indien deze zorg niet genoeg is, kan het kind naar het buitengewoon onderwijs overschakelen.

Deze krachtlijn vindt zijn oorsprong in het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap dat België in 2009 goedgekeurd en ondertekend heeft. Dit verdrag bepaalt dat mensen met een handicap het recht hebben om volwaardig aan de maatschappij deel te nemen, en dus ook aan onderwijs.


Uit onze bevraging blijkt dat van de kinderen die vorig schooljaar (voor de invoering van het M-decreet) in het buitengewoon onderwijs zaten, 1/3 naar het gewoon onderwijs overgeschakeld is omwille van het M-decreet. De meerderheid van de kinderen zat echter in het gewoon onderwijs en is daar ook gebleven (83%).


M-decreet

Recht op redelijke aanpassingen 

Het M-decreet voorziet het recht op redelijke aanpassingen voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Redelijke aanpassingen zijn bijvoorbeeld meer tijd voor het afleggen van een toets, mondelinge feedback, rustmomenten overdag, gebruik van een laptop in de les,…. De school moet aantonen dat ze samen met de ouders en het CLB op zoek gaat naar redelijke aanpassingen. De criteria voor redelijke aanpassingen staan in een protocol. Zo moet de impact te dragen zijn door de school, zowel organisatorisch als financieel. De bedoeling is vooral dat scholen voor een leerling op zoek gaan naar aanpassingen die redelijk zijn en niet meteen op zoek gaan naar redenen om onredelijkheid aan te tonen.


Op dit moment krijgt 41% van de kinderen die in het gewoon onderwijs les volgen, geen ondersteuning op school. Hiervan heeft 20% ook geen nood aan ondersteuning, maar de overige 80% wel. Dit gebrek aan ondersteuning zorgt er bij een heel aantal kinderen voor dat ze bijvoorbeeld meer vermoeid zijn (30%), meer leerachterstand ontwikkelen (17%), minder gelukkig zijn (23%) en/of niet graag naar school gaan (20%). Daarnaast geeft een aantal ouders ook aan dat dit gebrek aan ondersteuning tot gevolg heeft dat ze zich meer zorgen maken om hun kind.

Van de kinderen die momenteel geen ondersteuning op school krijgen, geeft ongeveer 58% van de ouders aan dat hun kind nood heeft aan persoonlijke begeleiding op school. Zo’n 33% heeft nood aan meer tijd bij het maken van een toets of oefeningen, 4% heeft nood aan extra hulpmiddelen en 25% heeft er nood aan om minder oefeningen of taken te moeten maken dan de andere klasgenootjes.

Ongeveer 58% van de kinderen die in het gewoon onderwijs les volgen, krijgt op dit moment wel ondersteuning op school, zoals bijvoorbeeld het gebruik van hulpmiddelen, meer tijd bij het maken van een toets of oefeningen, persoonlijke begeleiding, GON begeleiding en/of thuisonderwijs. Deze ondersteuning leidt er bij de meerderheid van de kinderen (42.5%) toe dat ze graag naar school gaan. Daarnaast geven ouders aan dat hun kind minder leerachterstand heeft (22.5%), minder vermoeid is (25%) en/of gelukkiger is (32.5%) door de ondersteuning die het op school krijgt.


Recht op inschrijven in een gewone school 

Volgens het M-decreet heeft elk kind het recht om zich in te schrijven in een gewone school. De school mag geen kinderen weigeren die met aangepaste maatregelen de gewone leerstof aankunnen. Ook een kind dat de gewone leerstof niet kan verwerken en een aangepast traject moet volgen, heeft het recht om zich in te schrijven in een school voor gewoon onderwijs. Deze inschrijving kan pas teniet worden gedaan na een gesprek tussen de school, het CLB en de ouders over de (on)redelijkheid van de aanpassingen. De school moet haar beslissing vervolgens motiveren. Bij een weigering moet de school een weigeringsattest aan de ouders bezorgen. Dit gebeurt echter niet altijd. Ouders zouden weigeringsattesten moeten opeisen want scholen mogen niet zomaar leerlingen weigeren. Ouders kunnen een klacht indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten als ze het niet eens zijn met de weigering.


Uit onze enquête blijkt dat 7 van de 78 kinderen reeds geweigerd werden bij een inschrijving in een school voor gewoon onderwijs. Geen enkele van de ouders van deze kinderen heeft een weigeringsattest ontvangen. De meerderheid van deze ouders (n=5) heeft nadien contact opgenomen met een andere school en 2 ouders hebben geen verdere stappen ondernomen. Geen enkele ouder heeft na de weigering klacht ingediend bij de Commissie inzake Leerlingenrechten. Alle kinderen die geweigerd werden, hebben wel een andere school gevonden waar ze de nodige ondersteuning krijgen.


Nieuwe types in buitengewoon onderwijs 

Sinds het schooljaar 2015-2016 is er een nieuw type binnen het buitengewoon onderwijs, namelijk type ‘basisaanbod’. Dit zal het type 1 en 8 geleidelijk vervangen. Kinderen kunnen naar dit type als ze specifieke onderwijsbehoefte hebben en er geen redelijke aanpassingen mogelijk zijn in het gewoon onderwijs.

Het nieuwe type 9 is bedoeld voor kinderen met autisme die geen verstandelijke beperking hebben en ondanks redelijke aanpassingen niet in het gewoon onderwijs terecht kunnen.

We hebben geen specifieke vragen gesteld over de ervaringen rond het type van onderwijs.

Nieuwe toelatingsvoorwaarden voor buitengewoon onderwijs 

Enkel met een verslag van het CLB kan een kind naar het buitengewoon onderwijs. Het CLB bekijkt eerst of de gewone school alle mogelijke maatregelen heeft genomen alvorens door te verwijzen naar het buitengewoon onderwijs.

Ondersteuning voor leerkrachten in het gewoon onderwijs 

Door de invoering van het M-decreet hebben ook leerkrachten in het gewoon onderwijs nood aan meer ondersteuning. Het M-decreet voorziet dat er mensen, lestijden en expertise zullen verschuiven als het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs daalt door het M-decreet. De bestaande ondersteuning, GON- en ION-begeleiding blijft behouden.

Meer informatie 

Voor meer informatie over het M-decreet kan je terecht op deze link: http://www.ond.vlaanderen.be/specifieke-onderwijsbehoeften/beleid/M-decreet/. Hier vind je bijvoorbeeld het volledige decreet en een antwoord op een aantal veelgestelde vragen door ouders en leerkrachten.

Met vragen kan je ook steeds terecht bij Eline Bruneel via eline.bruneel@vlaamspatientenplatform.be of 016 23 05 26.

BRONNEN 

http://www.hildecrevits.be/nl/mdecreet-zorgt-niet-voor-revolutie

http://www.ond.vlaanderen.be/specifieke-onderwijsbehoeften/beleid/M-decreet/

Overname van inhoud

Alle artikels uit de nieuwsbrief van het Vlaams Patiëntenplatform mogen overgenomen worden mits bronvermelding, als volgt: © (jaartal) Vlaams Patiëntenplatform. Het Vlaams Patiëntenplatform verdedigt de belangen van de patiënt bij het politiek beleid en de gezondheidsinstellingen. www.vlaamspatientenplatform.be.