Uit: Samenspraak 108 | Inhoudstafel >

Edito

Re-integratie was nog nooit zo actueel: wat doet het VPP hierrond?

“We willen de focus verleggen van mensen met een langdurig gezondheidsprobleem naar potentiële werknemers met competenties en talenten.”

Het afgelopen half jaar was de re-integratie van personen met een erkenning arbeidsongeschiktheid heel actueel. Re-integratie is de terugkeer naar de werkvloer na langere tijd niet gewerkt te hebben. Bij het VPP is werkgelegenheid voor personen met een chronische aandoening al lang een belangrijk thema. Zo is het VPP lid van het overlegplatform Handicap & Arbeid en hebben we contacten met verschillende stakeholders en beleidsmakers. Met dit interview geven we je een kijkje achter de schermen. Naast onze beleidsmedewerkers Eline Bruneel en Koen Neyens laten we ook graag Jos Wouters (stafmedewerker bij het overlegplatform Handicap & Arbeid) en Wim Geluykens (onderzoeker-jurist bij Kom op tegen Kanker) aan het woord.

Eline, jij volgt samen met Koen het thema werkgelegenheid op bij het VPP. Hoe zit de werking rond dit thema in elkaar?

Eline: We vertrekken steeds vanuit de input van onze ledenverenigingen, dus mensen met een chronische aandoening. Die input verzamelen we op verschillende manieren. Onder meer via onze ledenbevraging, waarbij we leden bevragen rond een aantal thema’s. Hieruit halen we gemeenschappelijke knelpunten, de basis voor ons jaaractieplan. Ook baseren we ons op vragen die we ontvangen via telefoon of mail.

Onlangs contacteerde een persoon met Multiple Sclerose (een spierziekte, afgekort MS) ons. Hij wou weten of hij verplicht is om aan zijn werkgever te melden dat hij MS heeft. Moet hij dit aan de arbeidsgeneesheer melden tijdens een medisch onderzoek? Of misschien zelfs tijdens een sollicitatieprocedure?

Dit zijn concrete vragen waarmee wij graag aan de slag gaan. Zo lanceerden we samen met Trefpunt Zelfhulp de toolbox ‘Hoe communiceer ik over mijn ziekte op het werk’. Die bestaat uit 2 folders met communicatietips, een voor werkgevers en een voor werknemers die momenteel niet aan het werk zijn maar opnieuw aan de slag willen gaan. Er is ook een vorming met een werkboek die gericht is op patiëntenverenigingen. Hierin staan lotgenotencontacten en op een veilige manier ervaringen uitwisselen centraal. Tijdens de vorming gaan we ook met oefeningen uit het werkboek aan de slag. We hopen dat opnieuw in de kijker te zetten als we terug fysieke activiteiten kunnen organiseren omdat de vorming moeilijker digitaal te organiseren is. Mensen moeten zich comfortabel voelen om in een veilige omgeving hun verhaal te doen.

Rond actuele thema’s of zaken waarover we een dossier willen opstarten organiseren we denkdagen en bevragingen. Soms vraagt de overheid onze input, ook dan kunnen we denkdagen en bevragingen organiseren.

Vertegenwoordigings- en lobbywerk is ook een belangrijk onderdeel van onze taak. Ook hier vertrekken we van de input van onze leden. Naast het overlegplatform Handicap & Arbeid, zijn we ook vertegenwoordigd in de Commissie Diversiteit van de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en zitten we in een aantal overlegorganen van de VDAB. We hebben bovendien regelmatig contact met de kabinetten van minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Frank Vandenbroucke, van federaal minister van Werk Pierre-Yves Dermagne en van Vlaams minister van Werk Hilde Crevits.

Jos, kan jij ons als stafmedewerker van het overlegplatform Handicap & Arbeid wat meer vertellen over zijn werking?

Jos: Het overlegplatform Handicap & Arbeid is een structuur die ervoor zorgt dat aandachtspunten uit verenigingen of koepels kunnen worden aangekaart bij het beleid. Via dat platform bundelen we de krachten om zo impact te creëren bij het beleid. Voor beleidsmakers is zo’n overlegplatform ook handig want anders vinden ze dat ze van teveel kanten vragen krijgen.

Binnen een overlegplatform met verschillende koepels en organisaties moet je uiteraard compromissen sluiten. Daarom laten we onze leden vrij om buiten het overlegplatform ook nog lobbywerk te doen. Zo kan iedereen zijn eigen accenten leggen.

Voor onze doelgroep hanteren we een brede definitie van handicap. Het gaat niet enkel over mensen met een klassieke handicap maar ook over mensen met een langdurige ziekte.

Wat doet Handicap & Arbeid rond het thema re-integratie?

Jos: We hebben vooral gewerkt rond een betere dienstverlening om mensen met een handicap te re-integreren op de arbeidsmarkt. Arbeidsmarktbeleid is vooral een beleid van vakbonden en werkgevers. Terwijl de aandachtspunten van onze doelgroep ook op de beleidsagenda moeten komen en daar hebben we vanuit het overlegplatform hard voor geijverd.

Wim, ook Kom op tegen Kanker is lid van het Handicap & Arbeid. Hoe vullen jullie dit lidmaatschap in en hoe kijken jullie naar het thema re-integratie?

Wim: Wij vinden het overlegplatform een uitstekend middel om samen te werken, maar ook om elkaar op de hoogte te houden. Via het overlegplatform kunnen we het beleidswerk samen goed voorbereiden en zien we waar de knelpunten zitten. Als we bijvoorbeeld een probleem binnenkrijgen via onze Kankerlijn kunnen we dat aftoetsen met de andere leden van het overlegplatform en bekijken we of we er samen werk van maken. Zo versterken we elkaar.

Via de vertegenwoordiging in de verschillende adviesorganen blijf je op de hoogte over wat er leeft rond re-integratie. Voor ons is dat een belangrijk thema en het zal alleen nog belangrijker worden. De behandeling voor kanker wordt alsmaar beter en dat betekent dat meer mensen met of na kanker actief zijn op de arbeidsmarkt. De nood om te bekijken hoe je hier best mee omgaat op de werkvloer zal dus nog toenemen.

Eline, hoe kijkt het VPP naar re-integratie?

Eline: Ook voor ons is dit een erg belangrijk thema dat alleen maar aan belang wint. We moeten er vaak op hameren dat er een verschil is tussen mensen met een problematiek die kan herstellen of een problematiek die ontstaat door het werk, bijvoorbeeld een burn-out, en mensen met een chronische aandoening die ziek zijn of een ziekte ontwikkelen waarvan ze niet zullen herstellen. Als we onderhandelen over adviezen met sociale partners moeten we dat verschil vaak in de verf zetten en op beleidsniveau zijn er op dat vlak toch nog andere accenten nodig.

Voor ons is het ook belangrijk dat mensen vrij kunnen beslissen wanneer het voor hen comfortabel voelt om het werk te hervatten. Ze moeten dat ook kunnen doen op hun eigen tempo. Daarbij speelt ook het recht op redelijke aanpassingen een rol. Mensen met een handicap en dus ook mensen met een chronische aandoening hebben hier recht op. Dit zou meer ingebed moeten zitten in de wetgeving zodat mensen aangepast werk krijgen wanneer het nodig is. Er zou ook meer controle op moeten zijn. Nu moet de persoon zelf actie ondernemen als dit recht geschonden wordt. Werkgevers moeten ook beter ondersteund worden om dit recht in de praktijk om te zetten.  Er is nog veel onwetendheid bij werkgevers rond wat dit juist inhoudt en hoe ze hiermee aan de slag moeten gaan.

We vinden dat er nog meer ondersteuning op maat moet komen voor mensen die opnieuw aan de slag willen. VDAB heeft daar zeker al heel wat stappen in gezet, maar er is nog ruimte voor verbetering.

Mensen met een chronische aandoening moeten ook op een flexibele manier kunnen switchen tussen werken en niet-werken. Er moeten meer mogelijkheden zijn om je uitkering te combineren met je loon. Er bestaat al een goed systeem van gedeeltelijke werkhervatting maar we merken dat er nog heel wat knelpunten zijn. Het systeem is nog niet flexibel genoeg en het zorgt voor heel wat financiële onzekerheid omdat er een invloed is op andere tegemoetkomingen. Mensen hebben niet altijd een zicht op die financiële gevolgen. Ze moeten hierover goed geïnformeerd worden maar anderzijds vinden we dat ze ook bepaalde tegemoetkomingen moeten kunnen behouden als ze in dit systeem aan de slag gaan.

Jos, Handicap & Arbeid werkte binnen de SERV mee aan 2 adviezen rond re-integratie, één algemeen advies vorig jaar en één advies specifiek over de visienota van minister Hilde Crevits. Hoe komt zo’n advies tot stand?

Jos: Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen die twee adviezen. Het advies van vorig jaar waren we zelf al twee jaar aan het voorbereiden vanuit de Commissie Diversiteit. Dat is een advies op eigen initiatief waarmee je je eigen thema’s op tafel kan leggen. Het advies op de nota van minister Crevits is anders. De Vlaamse regering moet aan de SERV advies vragen over bepaalde beleidsthema’s en ook voor deze nota was dat het geval.

Als je een advies op eigen initiatief uitbrengt, bepaal je zelf het tempo en kan je dat grondiger aanpakken. Bij een advies dat verplicht moet uitgebracht worden, heb je maar 30 dagen de tijd. Hierdoor kan je er maar beperkte tijd aan werken en is er minder ruimte voor overleg.

Het mooie is dat we een advies maakten dat het beleid een beetje voor was. Zo konden we onze aandachtspunten veel gemakkelijker op de agenda zetten. We hebben heel goed samengewerkt rond dat eerste advies, onder andere met UNIZO en andere werkgeversfederaties. Dat zorgt dat het advies meer weerklank krijgt bij het beleid want het is veel meer gedragen. Zo’n advies waarbij de sociale partners betrokken zijn, zal ook makkelijker een plaats krijgen binnen de werking van de VDAB.

Koen, begin dit jaar was er veel te doen rond personen met een langdurige erkenning arbeidsongeschiktheid. Het VPP reageerde hierop met een opinie. Wat waren de accenten?

Koen: Onze opinie kwam er naar aanleiding van de reeks ‘Voor altijd ziek’ in De Standaard over de 450.000 mensen die langdurige erkenning arbeidsongeschiktheid hebben. We wilden reageren op de teneur van de artikels en opinies met titels als ‘het gaat van kwaad naar erger’ tot ‘we zijn te mild voor deze mensen’. We wilden vooral oproepen tot een positieve beeldvorming. Deze mensen krijgen heel snel een label opgeplakt zoals invalide of arbeidsongeschikt. Terwijl uit onze bevragingen blijkt dat de meerderheid wil werken maar botst op een aantal drempels.

We willen de nadruk leggen op wat mensen wel nog kunnen: niet dat ze ongeschikt zijn, maar geschikt. We zijn daarom ook blij dat in de visienota van de Vlaamse regering het woordje ‘on’ is doorstreept. We willen de focus verleggen van mensen met een langdurig gezondheidsprobleem naar potentiële werknemers met competenties en talenten.

Jos, wat staat er nog te gebeuren binnen de werking van Handicap & Arbeid?

Jos: Het actieplan van minister Crevits wordt uitgerold binnen de VDAB en we zullen een plaats krijgen in de stuurgroep die dit opvolgt. Verder willen we actie ondernemen om de dienstverlening van de VDAB voor mensen met een handicap en chronische ziekte te verbeteren. We merken dat er nog veel onwetendheid is om die doelgroep op een goede manier te begeleiden. Zo is er bijvoorbeeld onvoldoende kennis over het systeem van de redelijke aanpassingen. Terwijl dat systeem net een brug kan vormen om opnieuw aan de slag te gaan. Er leeft nog teveel het idee van ‘als je een beetje moeite doet, kan je toch terug werken’. Dat heeft te maken met de beeldvorming in de samenleving: ofwel laat je deze mensen met rust ofwel zet je ze onder druk om terug aan de slag te gaan. Terwijl er wel tussenposities mogelijk zijn.

We werken binnen de Commissie Diversiteit ook aan een actualisering van onze actielijst voor personen met een arbeidsbeperking, die we in 2015 opstelden. We willen acties formuleren om het thema re-integratie op de voorgrond te houden.

Wim, waarop zal Kom op tegen Kanker inzetten rond re-integratie?

Wim: Voor ons is sensibilisering van werkgevers over werkhervatting na of met een chronische ziekte heel belangrijk, bijvoorbeeld rond redelijke aanpassingen. Je merkt vaak dat werkgevers denken dat dit enorm veel tijd en geld zal kosten. Terwijl dit vaak kleine ingrepen of aanpassingen kunnen zijn. We proberen daar zelf ook rond te werken, bijvoorbeeld met de website www.kankerenwerk.be. Daarop staan tips voor werkgevers over hoe ze kunnen omgaan met kanker op de werkvloer.

Natuurlijk moeten we ook werknemers blijven ondersteunen en begeleiden bijvoorbeeld bij de re-integratietrajecten. Hierrond hebben we gewerkt met ‘Rentree’, waarbij mensen met een coach op zoek gaan naar antwoorden op vragen en onzekerheden over werken na kanker. Vorig jaar is dit ook opgenomen in de dienstverlening van de VDAB en hopelijk kan dit ook zijn weg vinden naar mensen met andere aandoeningen.

Verder zouden we graag zien dat de gedeeltelijke werkhervatting een recht wordt. Nu is het vaak nog een gunst waarbij je toestemming moet krijgen van de adviserend arts van het ziekenfonds en de werkgever.

We willen ook dat zorgverleners meer aandacht hebben voor re-integratie. Nog niet alle artsen hebben hier al evenveel oog voor. In Aya-Movement, een project rond jongeren dat Kom op tegen Kanker opzette, zien we bijvoorbeeld dat het voor jonge mensen heel belangrijk is dat er in de behandeling rekening wordt gehouden met de gevolgen voor werk of studeren.

We willen graag dat er één centrale infowebsite komt die alle info bundelt over tegemoetkomingen, uitkeringen, hoe ga je aan het werk met of na een ziekte, hoe pak je studeren aan enz. Nu zit die informatie verspreid. Het zou zoveel logischer zijn dat die info wordt gebundeld want wie ziek is heeft er geen boodschap aan of iets een federale of regionale bevoegdheid is.

Ook het huidige systeem van vastbenoemde ambtenaren die terug aan de slag willen gaan na ziekte is nog voor verbetering vatbaar. Voor deze groep is het moeilijk om het werk gedeeltelijk te hervatten. Het huidige systeem is verouderd en rigide en is niet afgestemd op de individuele situatie van mensen met een ziekte.

Foto: Joost Joossen

Eline en Koen, waarop zal het VPP nog inzetten?

Koen: We zetten in op het kunnen combineren van werk en ziek zijn, zodat ook mensen met een chronische ziekte hun professionele kennis maximaal kunnen inzetten. We pakken de knelpunten aan waar onze leden tegen aanlopen door aanbevelingen te doen voor meer inclusief werken. Dat doen we via vertegenwoordigingswerk, in overleg met de overheid en de sociale partners.  

Zo hadden we reeds uitgebreide gesprekken met de raadgever van minister Vandenbroucke om het nieuwe actieplan te bespreken. Anderzijds blijven we via infosessies onze leden informeren. Bijvoorbeeld over wat een formeel re-integratietraject (in het kader van de wetgeving) inhoudt maar ook wat de voordelen zijn van een informeel re-integratietraject (via overleg met de werkgever en arbeidsarts). Verder willen we samen met het overlegplatform Handicap & Arbeid betrokken blijven bij de uitrol van het Vlaamse actieplan van minister Crevits.

We zullen ook meewerken aan een netwerk voor werkgevers via het project ‘Hands on Inclusion’ van Verso en het Minderhedenforum. Daarbij zullen we alle info over re-integratie voor werkgevers verpakken in een reeks vormingen en uitwisselingen. Dat moet dan uitmonden in een plan op maat waarmee elke werkgever aan de slag kan gaan.

Eline: Rond heel wat zaken die Wim vermeldde, zullen wij ook werken. Rond de dienstverlening van de VDAB zullen we de komende maanden hopelijk een aantal zaken kunnen verwezenlijken. Ook rond het systeem van de vastbenoemde ambtenaren, wat Wim al aanhaalde, hopen we stappen vooruit te zetten. We maakten hierover een aantal jaren geleden een aanbeveling met Unia, het interfederaal gelijkekansencentrum, en we bekijken welke zaken nog verder moeten worden opgevolgd.

Ook rond de inactiviteitsvallen willen we verder werken. Het moet lonen om terug aan het werk te gaan, je mag geen andere tegemoetkomingen verliezen. Daar strijden we al jaren voor maar dat is heel moeilijk om te realiseren. We hopen deze legislatuur toch wat vooruitgang te boeken.

Als jullie één dag de minister van werk zouden mogen zijn, welke beleidsmaatregel zouden jullie dan nemen?

Jos: Ik zou willen dat we afstappen van de controlerende houding die we nu vaak aannemen. In plaats daarvan moeten we mensen ondersteunen om stappen vooruit te zetten. Nu proberen we heel de tijd te controleren of iemand recht heeft op een uitkering en daardoor leven sommige mensen voortdurend in onzekerheid. We moeten erop vertrouwen dat mensen niet zomaar in het uitkeringsverhaal terecht komen. De meeste kiezen hier niet voor. We moeten ervan uitgaan dat mensen inspanningen doen om daaruit te geraken.

Wim: Ik kies toch voor mijn stokpaardje: een centrale infowebsite. Er is al heel veel informatie beschikbaar maar mensen weten niet waar ze die moeten vinden. Als we de onzekerheid voor het onbekende kunnen wegnemen door beter te informeren kan dat hopelijk zorgen voor een mindshift. Zodat we mensen beter kunnen ondersteunen bij re-integratie met de hulp van alle betrokken actoren.

Eline: Ik zou ervoor willen zorgen dat iedereen zou stoppen met die negatieve beeldvorming en de mensen achter de ziekte zou zien. En dat iedereen zou beseffen wat een meerwaarde deze mensen kunnen betekenen op de arbeidsmarkt.

Koen: Ik zou deze 3 fijne collega’s als adviseurs benoemen in mijn kabinet. Verder zou ik nadenken hoe je ervaringsdeskundigheid van mensen met een chronische ziekte kan integreren in het beleid. Tenslotte zou ik graag de maatregel om minder te werken, bijvoorbeeld de vierdaagse werkweek, laten onderzoeken. Ik denk dat dit goed zou zijn voor onze mentale gezondheid en onze werkgoesting.

Bedankt voor dit gesprek!

Overname van inhoud

Alle artikels uit de nieuwsbrief van het Vlaams Patiëntenplatform mogen overgenomen worden mits bronvermelding, als volgt: © (jaartal) Vlaams Patiëntenplatform. Het Vlaams Patiëntenplatform verdedigt de belangen van de patiënt bij het politiek beleid en de gezondheidsinstellingen. www.vlaamspatientenplatform.be.