Uit: Samenspraak 86 | Inhoudstafel >

Edito

Re-integratie van langdurig zieken

In 2016 verschenen er in de media heel wat berichten over de plannen van minister van Volksgezondheid Maggie De Block en minister van Werk Kris Peeters over de re-integratie van langdurig zieken. De koninklijke besluiten die dit re-integratietraject regelen, lieten een tijd op zich wachten. Op 24 november 2016 verschenen ze in het Belgisch Staatsblad. 

Het Vlaams Patiëntenplatform volgt het thema werk van nabij op omdat werk belangrijk is voor mensen met een chronische ziekte. We ontvangen hierover regelmatig vragen van onze leden. Ondanks herhaaldelijk aandringen werden we nauwelijks betrokken en geïnformeerd bij het overleg over de nieuwe plannen door het kabinet van minister Maggie De Block. Hierdoor was het erg moeilijk om onze patiëntenverenigingen over dit thema te informeren. Vaak ontvingen we informatie via de media en we wilden absoluut vermijden om foute en/of onvolledige informatie te communiceren.

De nieuwe maatregelen rond re-integratie zijn sinds december 2016 van kracht.

De koninklijke besluiten, die verschenen in het Belgisch Staatsblad, scheppen duidelijkheid over de inhoud van de plannen. Het ideale moment om jullie duidelijk te informeren over de nieuwe maatregelen rond re-integratie. Uiteraard blijven we de uitvoering ervan bewaken.

Belangrijk om te weten!

Maatregel 1 en 2 worden in de eerste plaats toegepast op personen die recent arbeidsongeschikt werden. Werknemers die op 1 december 2016 al een hele tijd arbeidsongeschikt zijn, mogen zelf een re-integratietraject aanvragen.

Deze maatregelen zijn niet van toepassing op statutaire ambtenaren.

Maatregel 1: vragenlijst

In de tweede maand van arbeidsongeschiktheid ontvangt de persoon een vragenlijst via het ziekenfonds. De vragenlijst is een leidraad om te bepalen:

  • hoe de persoon de kansen op werkhervatting inschat;
     
  • welke factoren de werkhervatting in de weg staan;
     
  • welke factoren die kunnen bevorderen.

Deze maatregel startte in januari 2017 maar voorlopig zit de vragenlijst nog in een testfase. Ze geldt dus niet voor mensen die al langere tijd ziek zijn.

Aandachtspunten VPP voor het beleid:

  • De vragenlijst moet duidelijk en toegankelijk zijn voor iedereen.
  • Naast het invullen van de vragenlijst is het belangrijk om met de betrokken persoon te praten over zijn/haar mogelijkheden en drempels.

Maatregel 2: re-integratietraject

Deze maatregel startte op 1 december 2016.

Drie maanden na het begin van de arbeidsongeschiktheid vindt er een quick scan plaats. De adviserend geneesheer van het ziekenfonds schat in of re-integratie mogelijk is.

Of de persoon al dan niet een arbeidsovereenkomst heeft, is bepalend voor het traject.

Re-integratietraject met arbeidsovereenkomst[1]

Als de persoon een arbeidsovereenkomst heeft, zal de adviserend geneesheer de persoon onderbrengen in één van volgende vier categorieën:

  • Er wordt verondersteld dat de persoon uiterlijk tegen het einde van de zesde maand van de arbeidsongeschiktheid spontaan het werk kan hervatten.
     
  • Een werkhervatting lijkt om medische redenen nog niet mogelijk.
     
  • Een werkhervatting is voorlopig nog niet mogelijk omdat er nog een medische diagnose of de medische behandeling nodig is.
     
  • Een werkhervatting lijkt mogelijk door (tijdelijk of definitief) aangepast werk of ander werk aan te bieden.

Als de adviserend geneesheer de persoon in categorie 4 plaatst, verwijst hij door naar de arbeidsgeneesheer. Hij speelt een centrale rol in het re-integratietraject.

De arbeidsgeneesheer voert een grondige gezondheidsbeoordeling uit, bespreekt de situatie met de persoon en bekijkt de mogelijkheden voor tijdelijke of definitieve aanpassingen van het werk. De betrokken persoon, de behandelend geneesheer en de adviserend geneesheer onderzoeken samen deze mogelijkheden. Op basis daarvan, bekijken de werkgever en werknemer welke mogelijkheden er zijn voor aangepast of ander werk binnen de organisatie.

De werkgever stelt een overeenkomst op en bespreekt die met de werknemer. Als er een akkoord is tussen de werkgever en de werknemer, wordt een contract opgesteld. Dit contract wordt het re-integratieplan genoemd. Het wordt regelmatig opgevolgd en indien nodig aangepast. Wanneer er geen overeenkomst is, moet de werkgever motiveren waarom hij geen ander of aangepast werk aanbiedt. Of de werknemer moet uitleggen waarom hij het re-integratievoorstel afwijst.

Als de adviserend geneesheer de persoon in categorie 3 plaatst, is de medische diagnose of behandeling prioritair en herevalueert de adviserend geneesheer de situatie om de twee maanden. Als na evaluatie blijkt dat re-integratie mogelijk is, wordt de persoon in categorie 4 geplaatst.

Re-integratietraject zonder arbeidsovereenkomst[2]

Als de persoon geen arbeidsovereenkomst heeft, zal de adviserend geneesheer de persoon onderverdelen in één van volgende vier categorieën:

  • Er wordt verondersteld dat de persoon uiterlijk tegen het einde van de zesde maand van de arbeidsongeschiktheid een beroep op de reguliere arbeidsmarkt kan uitoefenen.
     
  • Een beroep uitoefenen op de reguliere arbeidsmarkt lijkt om medische redenen nog niet mogelijk.
     
  • Een beroep uitoefenen op de reguliere arbeidsmarkt is voorlopig nog niet mogelijk omdat er nog een medische diagnose of medische behandeling nodig is.
     
  • Een beroep uitoefenen op de reguliere arbeidsmarkt lijkt mogelijk na herscholing of een beroepsopleiding.  

Als de adviserend geneesheer de persoon in categorie 4 plaatst, speelt de adviserend geneesheer een centrale rol in het re-integratietraject.

Welke rol speelt de adviserend geneesheer in het traject?De adviserend geneesheer voert een medisch-sociaal onderzoek uit bij de persoon. Samen bekijken ze over welke capaciteiten de persoon nog beschikt om zijn job uit te oefenen en hoe de persoon de werkhervatting inschat. De adviserend geneesheer stuurt de resultaten van dit onderzoek door naar de behandelende arts van de persoon. Daarna kan er overleg plaatsvinden tussen beide artsen.

Op basis van dit onderzoek stelt de adviserend geneesheer een re-integratieplan op, altijd in overleg met de behandelde arts. Het is ook de bedoeling om nadien contact op te nemen met de VDAB. Het voorstel voor re-integratie wordt besproken met de betrokken persoon en er kunnen opmerkingen gegeven worden. Om de drie maanden volgt de adviserend geneesheer het traject op.

Rechtszekerheid in de arbeidsrelatie[3]

In de wet van 3 juli 1978 over de arbeidsovereenkomsten werden een aantal principes ingevoerd om werknemers en werkgevers die in een re-integratietraject stappen rechtszekerheid te bieden wanneer aangepast of ander werk wordt ingevoerd.

Principe 1: de initiële arbeidsovereenkomst blijft behouden, hoewel de betrokken werknemer tijdelijk aangepast of ander werk uitvoert. De werknemer behoudt al zijn verworven voordelen, tenzij andere afspraken werden gemaakt met de werkgever in bijlage bij de arbeidsovereenkomst voor aangepast of ander werk.

Principe 2: wanneer de arbeidsovereenkomst wordt verbroken na de invoering van het aangepast of ander werk, wordt de opzeggingsvergoeding berekend op basis van het loon dat de werknemer ontving in de initiële arbeidsovereenkomst.

Principe 3: de verplichting om het gewaarborgd loon uit te betalen, wordt geneutraliseerd. Als de werknemer opnieuw arbeidsongeschikt wordt tijdens de uitvoering van aangepast of ander werk, zal de werkgever niet opnieuw het gewaarborgd loon moeten betalen. De werknemer ontvangt dan een ziekte-uitkering van het RIZIV. Door deze rechtszekerheid zullen werkgevers niet ontmoedigd worden om mee te werken aan een re-integratietraject.

Principe 4: er wordt een nieuwe regeling ingevoerd om de arbeidsovereenkomst te beëindigen op grond van overmacht als de werknemer definitief arbeidsongeschikt wordt. Voortaan zal de arbeidsovereenkomst van de definitief arbeidsongeschikte werknemer slechts beëindigd kunnen worden op grond van medische overmacht nadat het re-integratietraject (inclusief de beroepsprocedure) volledig doorlopen werd. Dit wil zeggen dat de arbeidsgeneesheer eerst moet nagaan of er aangepast werk of ander werk mogelijk is binnen de organisatie, voor hij concludeert dat de werknemer definitief arbeidsongeschikt is om het overeengekomen werk uit te voeren. Wanneer dit niet het geval is, kan een beroep worden gedaan op medische overmacht.  

Aandachtspunten VPP voor het beleid:

  • Om een goede start en verder verloop van het re-integratietraject te garanderen, is een goede samenwerking en dialoog nodig tussen de verschillende betrokken artsen, met respect voor de privacy van de patiënt!
     
  • Schep voldoende ruimte in het takenpakket van de betrokken artsen om hun rol in het re-integratietraject goed te kunnen uitoefenen.
     
  • Aandacht voor de perceptie die leeft dat de adviserend geneesheer beslist over het al dan niet krijgen van een ziekte-uitkering. In het kader van het re-integratietraject krijgt de adviserend geneesheer eerder een begeleidende rol. Hierdoor krijgt hij 2 rollen en dat kan bij patiënten voor verwarring zorgen.
     
  • Aandacht voor de perceptie dat de arbeidsgeneesheer voor de werkgever werkt.
     
  • Opgelet voor misbruik ontslag wegens medische overmacht.
     
  • Hoe wordt de werkgever aangemoedigd? Hoe wordt zijn engagement verzekerd?
     
  • Wie controleert de motivatie van de werkgever om een persoon geen re-integratieplan aan te bieden?
     
  • Het is belangrijk dat personen die niet in staat zijn om te werken, niet verplicht worden in een re-integratietraject te stappen!

Maatregel 3: hervorming toegelaten arbeid

Deze hervorming treedt in werking op 1 juli 2017.

Het systeem van toegelaten arbeid biedt de kans om tijdens de arbeidsongeschiktheid gedeeltelijk het werk te hervatten met behoud van een deel van de ziekte-uitkering. Om in dit systeem aan de slag te kunnen gaan, moet de adviserend geneesheer toestemming geven.

Momenteel gebeurt de berekening van de ziekte-uitkering op basis van het loon via een schijvensysteem. Hoe meer dagloon, hoe meer de uitkering daalt. In dit systeem verliezen mensen soms een groot deel van hun uitkering.

De hervorming vertrekt vanuit een aantal principes:

  • Niet het loon, maar het aantal uren is bepalend om de uitkering te berekenen.
     
  • Wie wil werken, wordt beloond en behoudt altijd een stuk, namelijk 20%, van de uitkering. Aan het einde van de rit verdien je dus meer.

Wie 20% werkt of één dag per week gaat werken, behoudt de volledige uitkering. Daarna daalt de uitkering per extra uur en dus niet langer per schijf. Als je bijvoorbeeld 40% van de uren werkt, daalt de uitkering met 20%. Als je 60% van de uren werkt, daalt de uitkering met 40%.

 

Voor meer informatie:

Geraadpleegde bronnen:

  • Persbericht van Kris Peeters, minister van Werk  en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block, woensdag 23 november 2016.
     
  • Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet over de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat de sociaalprofessionele re-integratie betreft.
     
  • Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 over het gezondheidstoezicht op de werknemers wat de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers betreft.
     
  • Infofiche van het kabinet van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block.
     
  • Website van het RIZIV ‘Het re-integratietraject voor arbeidsongeschikte werknemers/werklozen. 


[1] KB van 28 mei 2003 over het gezondheidstoezicht op de werknemers.

[2] KB van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet over de verplichte ziekteverzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

[3] Wet van 3 juli 1978 over de arbeidsovereenkomsten.

 

Overname van inhoud

Alle artikels uit de nieuwsbrief van het Vlaams Patiëntenplatform mogen overgenomen worden mits bronvermelding, als volgt: © (jaartal) Vlaams Patiëntenplatform. Het Vlaams Patiëntenplatform verdedigt de belangen van de patiënt bij het politiek beleid en de gezondheidsinstellingen. www.vlaamspatientenplatform.be.