Uit: Samenspraak 102 | Inhoudstafel >

Edito

Interview Minister Wouter Beke

Hoe kunnen we in de zorg meer rekening houden met wat de patiënt belangrijk vindt in zijn of haar leven? Hoe verlaag je voor patiënten de drempel om klacht in te dienen over de zorg? Hoe gaan we om met de grote uitdagingen in de geestelijke gezondheidszorg? We interviewden Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding Wouter Beke over zijn plannen voor de huidige regeerperiode.

VPP: Hoe wil u ervoor zorgen dat patiënten hun zorg meer in eigen handen kunnen nemen? En hoe vertalen we dit naar kwetsbare mensen die niet in staat zijn om dit te doen?

Wouter Beke: “Ik denk dat het voor veel mensen steeds belangrijker wordt om hun zorg in eigen handen te nemen. Ik vind dat een goede zaak. Uiteraard moeten we mensen die dat niet kunnen de nodige ondersteuning bieden. Het digitaal zorg- en ondersteuningsplan[1], dat wordt ontwikkeld, is één van de middelen om de zorg meer in eigen handen te nemen. Hiermee bekijken we hoe we de beste zorg op de juiste manier aan die patiënt kunnen geven. Zowel de patiënt als zijn omgeving wordt hierbij actief betrokken.

Ook de persoonsvolgende financiering is op dat vlak een belangrijke evolutie, om niet te zeggen een revolutie. Mensen krijgen meer autonomie doordat ze zelf keuzes kunnen maken. Dat zorgt soms voor ongerustheid. We moeten ons ervan bewust zijn dat die autonomie voor veel mensen niet de eerste zorg is. Ze willen vooral de garantie dat ze de zorg krijgen die ze nodig hebben. Maar er zijn ook mensen die die autonomie zeer belangrijk vinden. We moeten een goed evenwicht vinden tussen die autonomie en ondersteuning.

Tijdens mijn opleiding heb ik geleerd dat vraaggestuurde zorg zorgt voor betere kwaliteit. We leven niet in een land waarbij de overheid zegt naar welke dokter we moeten gaan. We hebben de vrije keuze. Als we niet tevreden zijn van die ene dokter gaan we naar een andere. We maken die keuze niet op basis van financiële criteria, wat in vele andere landen wel het geval is. Daar hebben mensen die het kunnen betalen wel die keuzevrijheid en kwetsbare mensen niet.”

Foto: Sophie Nuytten

VPP: U haalde het digitaal zorg- en ondersteuningsplan aan als middel om de zorg in eigen handen te nemen. Om communicatie te stimuleren tussen de patiënt en de zorgverlener is dat zeker ook een goed instrument. Daarnaast zien we dat de zorg nog vaak te medisch georiënteerd is. We ontwikkelden het instrument Doelzoeker zodat de patiënt in kaart kan brengen wat echt belangrijk is in zijn of haar leven. Hoe kunnen we die levensdoelen beter integreren in de zorg?

Wouter Beke: “Het is ontzettend belangrijk dat we Doelzoeker mee integreren in het digitaal zorg- en ondersteuningsplan. Het zijn voor mensen vaak de kleine dingen, die ze graag doen, die het grootste verschil maken. Dat is een cultuur die bij professionele zorgverleners nog niet altijd aanwezig is omdat zij erg gericht zijn op wat zij op medisch vlak moeten doen. Natuurlijk is dat heel belangrijk, maar daardoor verliezen ze soms die kleine dingen uit het oog die voor mensen in het dagdagelijkse leven echt wel het verschil maken. Die integrale benadering is meer dan ooit belangrijk en de toegevoegde waarde ervan is vroeger soms wat onderschat.”

VPP: De sumehrs in Vitalink hebben de bedoeling om een overzicht te geven van de gezondheidstoestand van de patiënt. De huisarts houdt dit bij via zijn softwarepakket. Maar vaak zien we dat die niet of nauwelijks zijn ingevuld. Of we merken dat spoeddiensten de sumehr niet gebruiken en alles opnieuw vragen aan de patiënt. Zou het een idee zijn om patiënten zelf de sumehr te laten aanvullen? Vervolgens zou een arts die gegevens kunnen valideren.

Wouter Beke: “Ik wil daar zeker over nadenken. Het zorglandschap is volop in beweging. Steeds meer mensen worden ambulant behandeld in plaats van dat ze in het ziekenhuis moeten blijven. Mensen verblijven ook korter in het ziekenhuis dan vroeger. Dat betekent dat een stuk van de voor- of nabehandeling gebeurt door mensen buiten het ziekenhuis. Daarom is een goede gegevensoverdracht heel belangrijk. Als die informatie-overdracht niet goed gebeurt heb je een lacune in de behandeling en dat kan voor risico’s zorgen. We moeten zorgen dat Vitalink meer gebruikt wordt. Voor mij is het het belangrijkste dat de informatiestroom zo consistent mogelijk is en dat er geen hiaten zijn. Anders creëert dat een medische, maatschappelijke en economische kost. Dat moeten we echt vermijden.”

VPP: Nu moet een patiënt met een klacht over de zorg, afhankelijk van de sector, zich richten tot verschillende instanties. In het Vlaams regeerakkoord staat dat u werk wilt maken van één meldpunt voor klachten. Hoe wil u dat uitwerken?   

Wouter Beke: “Mensen die klachten of meldingen hebben over de kwaliteit van zorg moeten dat op een vlotte manier kunnen doorgeven. Nu zien mensen soms door het bos de bomen niet meer. We willen bekijken of we dat niet op een meer geïntegreerde manier kunnen doen. Ik vind dat we geen 101 ombudsdiensten en meldpunten moeten hebben. Daar vinden de mensen hun weg niet in. Ik wil nadenken hoe we het beter kunnen organiseren en op elkaar kunnen afstemmen. Maar het is ook belangrijk dat je je bij klachten en meldingen niet enkel beperkt tot het niveau van individuele dossiers. Als er verschillende klachten over hetzelfde binnen komen, wil dat zeggen dat er structureel iets verkeerd zit. Daarmee moet je aan de slag gaan.”

Foto: Sophie Nuytten

VPP: In het Vlaams regeerakkoord is ook sprake van een nieuw kwaliteitsdecreet. Hoe wilt u dat uitwerken?

Wouter Beke: “Het huidige kwaliteitsdecreet[2] heeft zeker zijn sporen verdiend, maar de wereld stond intussen niet stil. We kijken nu op een meer integrale manier naar zorg en we moeten kwaliteitszorg hierop afstemmen. We willen tegen het licht houden wat goed is in het huidige kwaliteitsdecreet en wat voor verbetering vatbaar is. We zullen daar deze legislatuur werk van maken.”

VPP: Hoe zorgen we dat kwaliteit ook in de zorgstrategische planning in het kader van de ziekenhuishervorming centraal staat?

Wouter Beke: “Dat zal een grote uitdaging zijn. Naast de ziekenhuisnetwerken staan de eerstelijnszones in de steigers. Beiden moeten nu handen en voeten krijgen. Het is een zoektocht naar wie wat gaat doen. Wie gaat welke rol opnemen in de toekomst? Als ik praat met ziekenhuizen over zorgstrategische planning[3] benadruk ik dat dit breder gaat dan de ziekenhuismuren. Het gaat om een hele filosofie: welke zorg moeten we aanbieden op welke manier? Dat is veel breder dan welk ziekenhuis gaat nog welke dienst organiseren? Sommige zijn mee in die filosofie, maar nog niet iedereen denkt op die manier.”

VPP: De ziekenhuishervorming zal ook zorgen voor meer niet-dringend liggend ziekenvervoer. We ontvangen heel wat klachten dat patiënten hiervoor vaak hoge facturen moeten betalen. Wil u daar iets aan doen?

Wouter Beke: “We hebben al een aantal zaken gedaan. Eind vorig jaar heb ik gevraagd dat de kostprijs transparant zou gemaakt worden voor de patiënt. Als we naar accreditering van de vervoerders willen gaan, is het belangrijk dat we dat opnemen. De Commissie niet-dringend liggend ziekenvervoer zal ook een antwoord moeten zoeken op de vraag: wat is een juiste prijs voor dat vervoer? We hebben hierrond een pilootproject in Limburg[4]. We kijken uit naar de resultaten hiervan om te bekijken wat de juiste prijs is. Maar we moeten ook nadenken hoe we het niet-dringend liggend ziekenvervoer op een meer efficiënte manier kunnen organiseren. Nu is er soms een verspilling van kosten die wordt doorgerekend aan de patiënt. Het is al geen goedkope zaak dus we moeten er voor zorgen dat het zo goed mogelijk wordt georganiseerd.”

 

Foto: Sophie Nuytten

VPP: Ook in de geestelijke gezondheidszorg staan we voor grote uitdagingen. Welke rol kunnen ervaringsdeskundigen daarin spelen?

Wouter Beke: “Die kunnen daar zeker een rol in spelen. We hebben ook net een project binnen de netwerken van artikel 107 verlengd met jullie om te zorgen dat ze kunnen participeren[5].

In de geestelijke gezondheidszorg is op veel vlakken nog ongelofelijk veel werk te doen. Enerzijds in de manier waarop het landschap wordt georganiseerd, maar de grootste uitdaging is waarschijnlijk om burgers en zorgverleners meer bewust te maken van deze problematiek. Ziel en lichaam zijn met elkaar verbonden maar voor veel mensen zijn lichamelijke problemen toch nog iets heel anders dan mentale problemen.

Het economisch belang van geestelijk gezondheidszorg wordt gruwelijk onderschat. Je ziet bijvoorbeeld dat nog heel wat bedrijven zich op het vlak van welzijn op het werk vooral toespitsen op het fysieke in plaats van op het mentale aspect. Ik merk wel dat het besef groeit dat dit ook belangrijk is. Maar we moeten er de komende periode zeker nog aan werken.

Hoe de geestelijke gezondheidszorg is georganiseerd moeten we ook onder de loep nemen. De schotten tussen jeugdhulp en geestelijke gezondheidszorg moeten we bijvoorbeeld wegnemen. We moeten kiezen voor een geïntegreerde benadering. Er staan een aantal plannen op stapel, zoals bijvoorbeeld de herwerking van het suïcideplan. Het huidige plan heeft zijn verdienste zeker gehad en de suïcidecijfers gaan de goede kant uit. Ze zijn nog hoog maar we komen toch van ver. We moeten bekijken welke bijkomende stappen we daarrond moeten zetten.

Het bespreekbaar maken en destigmatiseren van psychische problemen is ontzettend belangrijk. We moeten zorgen dat mensen sterker voor de dag kunnen komen. Er bestaan nog veel taboes over. Die link tussen geest en lichaam is ook belangrijk in de aanpak van een fysieke ziekte. Hoe gaan we om met de mentale beleving daarvan? Het is belangrijk om te bekijken: hoe maken we er het beste van?”

VPP: Bedankt voor het interview!



[1] Het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid wil een digitaal platform laten ontwikkelen dat samenwerking in de zorg ondersteunt. Het platform zal zowel relevante gegevens over de zorg- en hulpverlening van een persoon met een zorgnood delen met die persoon zelf, als met zijn eventuele mantelzorgers en de betrokken professionele hulp/zorgverleners. Daarnaast moet het digitale zorgplatform samenwerking ondersteunen door hulpmiddelen zoals communicatietools, gedeelde agenda’s, enzovoort te integreren.

[2] Het kwaliteitsdecreet wil de kwaliteit van de hulp en de zorg in de verschillende Vlaamse gezondheids- en welzijnssectoren bevorderen door de voorzieningen ertoe aan te zetten die kwaliteit voortdurend te bewaken en te verbeteren.

[3] Met het Zorgstrategisch Plan Vlaanderen wil de Vlaamse overheid het zorglandschap aanpassen aan de noden van de bevolking. Vroeger werkten ziekenhuizen individueel een zorgstrategisch plan uit op basis van hun eigen sterktes en ambities. De nieuwe zorgstrategische planning moet een antwoord bieden op de zorgnood in een hele regio. Daarvoor moeten ziekenhuizen nauwer gaan samen werken met elkaar en met andere partners zoals de eerste lijn, de geestelijke gezondheidszorg en de revalidatiesector.   

[4] Het gaat over het project ‘Centraal Mobiliteitsplatform’. Dit wil op een intelligente manier vraag en aanbod van niet-dringend patiëntenvervoer organiseren. Om het vervoer in de toekomst efficiënter te organiseren, zal een triagesysteem uitgewerkt worden met één centraal telefoonnummer. Het VPP neemt hieraan deel samen met de ziekenfondsen, Belgambu (Belgische beroepsvereniging van ambulancediensten) en MUTAS (de vervoerscentrale voor leden van ziekenfondsen). Dit ambitieuze project krijgt steun van het Europees Fonds voor Regionale ontwikkeling en POM Limburg.

[5] In dit project bekijkt het VPP met OPGanG, Trefpunt Zelfhulp en ZOPP hoe we ervaringsdeskundigen in de geestelijke gezondheidszorg beter kunnen laten participeren in de netwerken 107 in Limburg, Vlaams-Brabant en Antwerpen. We gaan na hoe ze ondersteund en gecoacht kunnen worden als ze participeren en of de randvoorwaarden op het vlak van patiëntenparticipatie voldaan zijn.

 

Overname van inhoud

Alle artikels uit de nieuwsbrief van het Vlaams Patiëntenplatform mogen overgenomen worden mits bronvermelding, als volgt: © (jaartal) Vlaams Patiëntenplatform. Het Vlaams Patiëntenplatform verdedigt de belangen van de patiënt bij het politiek beleid en de gezondheidsinstellingen. www.vlaamspatientenplatform.be.