Uit: Samenspraak 0104 | Inhoudstafel >

Edito

Ervaringsdeskundigen helpen verslaafden in Algemeen Ziekenhuis van Geel

Het Algemeen Ziekenhuis Geel behaalde de tweede prijs in de NIAZ Jaarprijs van het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg. In hun winnende project worden gestabiliseerde verslaafden ingezet om mensen met een verslaving aan hun bed te helpen. Dit zorgpad is uniek in Vlaanderen en verdient navolging!

We ontmoeten Dr. Viaene en sociaal verpleegkundige Verellen in een gespreksruimte van het Algemeen Ziekenhuis van Geel. Met ontsmette handen, mondmaskers en respect voor de social distancing hebben we een uur lang een boeiend gesprek over hun winnende project: ze ontwikkelden een transmuraal zorgpad[1] voor verslaafden waarbij ervaringsdeskundigen worden ingezet. Beiden spreken met veel gedrevenheid over het verhaal dat startte uit frustratie en leidde tot een hoopvol traject. Hun aanpak is uniek in Vlaanderen. Dat het Nederlandse NIAZ hen bekroonde met ‘zilver’ doet hen zichtbaar plezier, ook al is die glunderende glimlach bedekt door de steriele mondkapjes.

VPP: Wat ligt er aan de basis van dit project?

Dr. Viaene: “Het begon uit ergernis met wat ik zag op de spoedafdeling. Ik had genoeg van de ruzies wanneer er iemand met intoxicatie op spoedgevallen binnen kwam. Men vond dat deze patiënten niet thuis hoorden in ons ziekenhuis. Ik werd als neuroloog als laatste gebeld en had op dat moment geen keuze meer om die patiënten op te nemen. We hebben in het ziekenhuis geen PAAZ afdeling[2], waarin verslaafden normaal behandeld worden.

In die periode was ik voorzitter van de Gezondheidsraad Geel Laakdal Meerhout en kwam ik in contact met de mensen van de Verslavingskoepel. Zo legde ik de link tussen ons probleem op de spoeddienst en hun verhaal.”

Mevrouw Verellen: “Ik heb altijd een voorliefde gehad voor mensen die het moeilijk hebben in de maatschappij. Maar ik bouwde in de voorbije 27 jaar heel wat frustraties op in verband met de zorg voor kwetsbare mensen.

Ik zat ooit in een ambulance met een persoon die een overdosis drugs genomen had. Geen enkele arts of geen enkele discipline, ook de spoeddienst niet, was bereid om die mens op te nemen. Ik zag een hoofdverpleger aan de ambulancier teken doen dat hij moest omkeren en niet mocht binnenkomen. Dat was voor mij echt een schok. Dit was een zieke persoon en hij mocht niet binnen. Die persoon moest dan naar het Openbaar Psychiatrisch Zorg- en Kenniscentrum gebracht worden. Daar deed zich hetzelfde scenario voor en de dokter daar zei letterlijk: die komt hier niet binnen zolang die somatisch niet is nagekeken door specialisten in het ziekenhuis. Ik was daar als mens niet goed van.

Op het moment dat iemand zich aanbiedt met een gekend alcohol- of middelenprobleem, krijgt die letterlijk onderzorg. Zo’n patiënt wordt veel minder goed behandeld en wordt gediscrimineerd in de gezondheidszorg. Dat kon voor mij als sociaal werker absoluut niet door de beugel. Dokter Viaene die al een aantal jaren geleden een gelijkaardige frustratie ondervond, was een bondgenoot voor mij. Dat was een extra motivatie om eindelijk iets te doen aan de onderbehandeling van mensen met een verslavingsprobleem en te zorgen dat ze de juiste zorg krijgen.”

VPP: Van wie kregen jullie hulp om het project op te starten?

Dr. Viaene: “We hebben heel veel steun van de stad gehad. Zij hebben de vrijwilligerswerking op zich genomen want wij zijn niet gewoon om met vrijwilligers te werken. Maar we hebben ook een beroep kunnen doen op de kennis van een pool van 36 ervaringsdeskundigen die al bestond uit een project van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW).

Het is zeker niet alleen ‘ons’ succes, dat wil ik graag benadrukken. Het was niet gelukt als we niet al die hulp hadden gehad en al die zaken zijn ‘win-wins’. Het is een win voor onze spoedgevallen maar ook een win voor de stad die heel wat hulp krijgt bij de drughulpverlening. Het is een win voor het CAW omdat een heel deel van de zaken die anders naar hen werden doorverwezen nu via de ambulante eerstelijnszorg van de huisartsen gebeurt.”

VPP: Het is dus eigenlijk een ‘win-win-win’. Ook voor de patiënten?

Dr. Viaene: “Jazeker, de patiënt krijgt eindelijk de juiste zorg en iedereen is er gelukkig mee. Terwijl voordien iedereen ongelukkig was.”

VPP: Welke rol speelden ervaringsdeskundigen?

Dr. Viaene: “Zonder de ervaringsdeskundigen was het project niet mogelijk geweest. De ervaringsdeskundigen werden vroeger al eens gebeld, maar toen gebeurde dat op een anonieme manier. Die anonimiteit doorbreken is ook niet zonder slag of stoot verlopen. Als je anoniem bent, dan besta je niet. Dan sta je alleen. Op een bepaald moment hebben (ex-)patiënten het recht op een gelaat, op een identiteit gevraagd. De overheid zag niet in dat je voor een goede behandeling zowel ervaringskennis als wetenschappelijke kennis moet hebben. Dat hebben ze eigenlijk ontzegd aan het zelfhulplandschap.”

Mevrouw Verellen: “Een van de elementen waar ik als sociaal werker mee geconfronteerd ben is dat ieder op zijn eigen eiland zorg bood. De zorg werd wel gegeven, maar niet op een correcte manier. Een aantal jaren geleden kwam er gelukkig een decreet, waardoor je als professional informatie mocht uitwisselen. Hierdoor kan je met meerdere mensen, met meer informatie, de correcte zorg bieden en zitten we niet meer elk op ons eigen eiland. Daarom werkt ons transmuraal zorgpad met de ervaringsdeskundigen, samen met de eerste en tweede lijn[3], zo goed.”

Dr. Viaene: “Doordat die ervaringsdeskundige een professional is in zijn eigen kennis, kan die zijn info ook doorgeven aan de verpleging. De patiënt weet dat en daardoor is een gesprek met een ervaringsdeskundige niet iets vrijblijvend. Het is deel van de zorg. Met dat verhaal gebeurt iets, dat wordt meegenomen.”


 

Gelijkwaardigheid en wederkerigheid

Dr. Viaene: “De kern van de Verslavingskoepel bestaat uit gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Dat betekent: ik help je met jouw zorg en jij helpt me met mijn zorg. Vanuit de Verslavingskoepel helpen ervaringsdeskundigen mee aan de zorg. Maar de koepel vraagt ook dat professionelen bijdragen aan de uitwisseling en ondersteuning binnen contactgroepen. In die contactgroepen kan iedereen instappen: grootouder, kind, ouder, partner of zelfs professionelen.”

Mevrouw Verellen: “Net zoals in de oncologische zorg dragen in de verslavingszorg verschillende disciplines samen de zorg, waardoor dat draaglijk blijft.”

VPP: Wat houdt de tweede plaats van de NIAZ prijs in?

Dr. Viaene: “De NIAZ prijs is een geweldige erkenning, maar er is ook een geldprijs van 2.000 euro aan verbonden. Het Ziekenhuis Geel heeft gezegd dat die voor de Verslavingskoepel is.

Het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg wil samen met al hun partners de preventiewerking in scholen herbekijken met de ervaringsdeskundigen. We zouden die 2000€ willen inzetten om een filmpje te maken voor jongeren.”

VPP: Hoe uniek is dit transmuraal pad in Vlaanderen?

Mevrouw Verellen: “Het is een zeer uniek, positief en hoopvol verhaal. Ik ben oprecht heel blij dat eindelijk verschillende mensen de zorg van mensen met een verslaving op zich willen nemen en dit ernstig nemen. Ze zien personen met een verslaving niet langer als mensen die ervoor kiezen om hun gezondheid naar de knoppen te helpen.”

Dr. Viaene: “De patiënt kan nu met zijn problemen terecht bij de sociale dienst en de ervaringsdeskundigen. Als het nodig is, wordt er ook een psycholoog ingeschakeld. De artsen zijn zo van die zaken ‘verlost’. Zo is het aangenamer voor ons om te werken want we kunnen bezig zijn met de dingen die we kennen, namelijk medicatie. De verpleging weet nu ook wie ze waarvoor kunnen bellen. Eigenlijk maakt dat zorgpad alles veel duidelijker.”

VPP: Wat is uw wens of hoe ziet u de toekomst?

Dr. Viaene: “Ik wens dat de hele zorgwerking in de Kempen in orde komt. Mooi gevuld, waar professionelen en ervaringsdeskundigen in de verslavingszorg gewoon samen naast elkaar staan in gelijkwaardigheid. Uiteindelijk gaat het over 8% van de bevolking. Niemand kan dat alleen aan. Niemand!

De meeste mensen hebben geen gespecialiseerde zorg nodig als je ze vroeg kan behandelen en je de familie kan betrekken. Dat is één van de problemen van de geestelijke gezondheidszorg: het beroepsgeheim wordt er veel strikter geïnterpreteerd.  De familie komt hierdoor niet voor in het verhaal. Wij vallen om als we dat horen. Bij ons is het een evidentie dat de familie wordt betrokken. Als die bellen, krijgen ze uitleg.”

Mevrouw Verellen: “Ik blijf geloven dat dit project tussen dit en 15 jaar kan vergeleken worden met de evolutie in de oncologische zorg. Als het taboe van verslaving doorbroken is, wordt het een ‘normaal’ iets. Als het bekeken wordt als een ziekte en als een neurologisch probleem, ontvangt de patiënt sowieso betere zorg. Ons project heeft dat bewezen!”

Wat is de NIAZ jaarprijs?

Het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg (NIAZ) ontwikkelt kwaliteitsnormen en toetst zorginstellingen hierop. Jaarlijks reikt het een prijs uit aan voorbeelden van de beste verbetering in de zorg. Van de 10 finalisten werd Ziekenhuis Geel door de jury bekroond met de tweede prijs. Meer informatie vind je op: www.jaarprijs.niaz.nl

 

Bekijk de voorstelling van het project van Algemeen Ziekenhuis Geel: “Gestabiliseerde verslaafden helpen verslaafden aan bed in een algemeen ziekenhuis” via  www.jaarprijs.niaz.nl/cases.

 


[1] Bij een transmuraal zorgpad staan verschillende mensen samen in voor de zorg van een patiënt: artsen in het ziekenhuis, de huisarts, sociaal werkers, ervaringsdeskundigen, mantelzorgers …

[2] Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis

 

[3] In de eerste lijn werken onder andere huisartsen en welzijnswerkers. In de tweede lijn werken zorgverleners die gespecialiseerde zorg verlenen zoals artsen in het ziekenhuis.

 

Overname van inhoud

Alle artikels uit de nieuwsbrief van het Vlaams Patiëntenplatform mogen overgenomen worden mits bronvermelding, als volgt: © (jaartal) Vlaams Patiëntenplatform. Het Vlaams Patiëntenplatform verdedigt de belangen van de patiënt bij het politiek beleid en de gezondheidsinstellingen. www.vlaamspatientenplatform.be.