Uit: Samenspraak 75 | Inhoudstafel >

Beleid

Belangrijkste aanbevelingen van het VPP voor het beleid

Een flexibele arbeidsmarkt voor al wie kan en wil werken

Het Vlaams Patiëntenplatform wil in dialoog met zijn patiëntenverenigingen knelpunten en noden van mensen met een chronische aandoening in kaart brengen en deze op de meest gepaste manier aankaarten bij de bevoegde instanties. De vragenlijst ‘een chronische aandoening en werkgelegenheid’ leverde enkele interessante resultaten op. Gewapend met deze vaststellingen kloppen we de volgende maanden aan bij het beleid. Met onze aanbevelingen willen we wegen op beslissingen die patiënten aanbelangen. Dit zijn de belangrijkste aanbevelingen voor het beleid in een notendop.

Uit de resultaten van de vragenlijst blijkt dat de huidige arbeidsmarkt onvoldoende aangepast is aan de noden van mensen met een chronische ziekte. Het systeem van arbeidsongeschiktheid is sterk gebaseerd op het principe ‘alles of niks’. Je bent arbeidsongeschikt of je kan aan het werk. Het VPP dringt daarom aan op een meer flexibele arbeidsmarkt waar mensen met een chronische aandoening een job op maat kunnen (blijven) uitoefenen aangepast aan hun mogelijkheden en noden. Wie wil en kan werken moet aan de slag kunnen (blijven) in een inclusieve arbeidsmarkt. Een inclusieve arbeidsmarkt is een arbeidsmarkt waarin personen met een chronische aandoening of beperking gelijke kansen krijgen bij het vinden en het uitoefenen van werk.

Het is niet evident om de arbeidsmarkt op deze manier te organiseren en dit vraagt om ondersteuning, niet alleen van de werknemer maar ook van de werkgever. Om een meer flexibele arbeidsmarkt te realiseren, zijn meer en betere ondersteunende maatregelen voor de werknemer en werkgever van cruciaal belang. Ook de bestaande drempels naar werk moeten weggewerkt worden zodat werken met een chronische ziekte loont. De re-integratie voor mensen die kunnen en willen werken moet bovendien een prioriteit zijn waarbij niet de vraag “wat is niet meer mogelijk” maar wel “wat kan nog” centraal staat.

Ondersteunende maatregelen

Een persoon met een chronische aandoening die aan het werk wil (blijven), moet op verschillende manieren ondersteund worden.

Het systeem van toegelaten arbeid kan de nodige ondersteuning bieden voor iemand die met een ziekte-uitkering opnieuw deeltijds aan het werk kan. Toegelaten arbeid is het systeem waarbij de persoon die arbeidsongeschikt werd verklaard door de adviserend arts van het ziekenfonds het werk onder bepaalde voorwaarden gedeeltelijk kan hervatten. Het systeem van toegelaten arbeid is voor veel mensen met een chronische aandoening een noodzakelijke maatregel om de werkhervatting te ondersteunen. Hoewel het systeem van toegelaten arbeid een goede maatregel is voor personen met een chronische aandoening, bevat het huidige systeem een aantal knelpunten die ervoor zorgen dat het voor hen erg moeilijk is om aan de slag te gaan of hun werk te behouden. Dit systeem komt bovendien slechts gedeeltelijk tegemoet aan de nood aan meer flexibiliteit en er wordt onvoldoende gebruik van gemaakt.

Om in het systeem van toegelaten arbeid aan het werk te gaan, moet de persoon met een chronische ziekte eerst volledig arbeidsongeschikt zijn. In principe is het mogelijk dat iemand 1 dag volledig arbeidsongeschikt is en dan in het systeem van toegelaten arbeid aan het werk gaat, maar dit botst in de praktijk op heel wat administratieve beslommeringen. Het huidige systeem biedt dan ook geen echte oplossing voor personen die omwille van hun ziekte hun loopbaan willen afbouwen, maar hiervoor niet eerst volledig uit de arbeidsmarkt willen stappen. Nochtans is het veel moeilijker om iemand terug op de arbeidsmarkt te integreren dan om zijn tewerkstellingspercentage geleidelijk aan, afhankelijk van het verloop van de ziekte, af te bouwen.

Er is ook nog geen goede regeling voor werknemers die wegens hun ziekte of hun behandeling geregeld één of enkele dagen afwezig zijn. Op de schouders van de werknemer rust de verplichting om bij iedere dag afwezigheid wegens onderzoek, consultatie etc. een dag verlof te nemen of de verloren uren nog ergens in te halen. Voor mensen met een chronische ziekte zou het mogelijk moeten zijn om vlot af te wisselen tussen periodes van werken en geregelde periodes van ziekteverlof.  

In Vlaanderen biedt de VDAB noodzakelijke ondersteuning aan personen met een chronische ziekte die ook een arbeidshandicap hebben. Een arbeidshandicap is een aandoening van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard waardoor het moeilijk wordt om werk te vinden of om een job uit te oefenen. Personen met een arbeidshandicap hebben recht op bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen of BTOM’s. De ondersteunende maatregelen van de VDAB moeten zo goed en zo ruim mogelijk ingezet worden. Er moeten voldoende middelen vrijgemaakt worden om iedere persoon met een arbeidshandicap deze financiële tegemoetkoming toe te kennen.

De sensibilisering van vooral de werkgevers, maar ook van de volledige samenleving (vakbonden, werknemers, behandelende artsen…) rond werk en personen met een chronische ziekte is een belangrijke taak van de overheid.

De overheid moet haar verantwoordelijkheid opnemen als rolmodel voor het tewerkstellen van personen met een chronische ziekte. Wat streefcijfers betreft, vraagt het VPP dat de Vlaamse overheid haar eigen streefcijfers haalt. Deze werden trouwens in 2012 verlaagd van 4,5% tegen 2015 naar 3%. Extra inspanningen om zeker de 3% te halen zijn dan ook aangewezen.

Make work pay – Werken loont

Mensen met een chronische ziekte die kunnen en willen deelnemen aan de arbeidsmarkt worden geconfronteerd met (financiële) onzekerheden die drempels vormen naar werk. Deze inactiviteitsvallen dienen weggewerkt te worden. Het moet lonen om met een chronische ziekte aan de slag gaan.

Het is belangrijk dat mensen hierover geïnformeerd en gesensibiliseerd worden. Heel concreet moeten mensen met een chronische ziekte zicht hebben op de financiële gevolgen van het (her)toetreden tot de arbeidsmarkt. Het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck van de Universiteit Antwerpen ontwikkelde een rekenmodel dat kan ingezet worden om mensen hierover te informeren.[1] Zo kan berekend worden wat er met de uitkering en tegemoetkoming(en) van de persoon met een chronische ziekte zal gebeuren wanneer die terug aan het werk gaat. Deze rekenmodule kan ook de organisaties die mensen begeleiden bij de terugkeer naar werk, meer houvast geven in het kluwen van uitkeringen.

Ook het beleid heeft baat bij een overzicht van de bestaande knelpunten en inactiviteitsvallen die uit het rekenmodel afgeleid kunnen worden. Het kan de nodige houvast bieden voor concrete acties en een efficiënt beleid.

Re-integratie: focus op overige arbeidscapaciteit

Werk moet voor mensen met chronische ziekte die een ziekte-uitkering krijgen snel opnieuw bespreekbaar worden. Re-integratie voor mensen die kunnen en willen werken moet een prioriteit zijn. Werken is voor personen met een chronische ziekte immers niet alleen belangrijk om een volwaardig inkomen te bekomen, maar ook om sociale contacten te onderhouden en om zich te integreren in de maatschappij. Alle betrokken partijen (werkgever, werknemer, adviserend geneesheer, arbeidsgeneesheer en behandelend arts) moeten samenwerken met het oog op de re-integratie.

Hierbij moet de focus steeds liggen op de resterende arbeidscapaciteit van de persoon met een chronische ziekte. Niet de vraag “wat is niet meer mogelijk” maar wel “wat kan nog” staat centraal. Een sterkere garantie van het recht op ander of aangepast werk voor de persoon met een chronische ziekte is dan ook noodzakelijk.


[1] Zie voor meer informatie http://www.flemosi.be/easycms/MOTYFF. 

 

Overname van inhoud

Alle artikels uit de nieuwsbrief van het Vlaams Patiëntenplatform mogen overgenomen worden mits bronvermelding, als volgt: © (jaartal) Vlaams Patiëntenplatform. Het Vlaams Patiëntenplatform verdedigt de belangen van de patiënt bij het politiek beleid en de gezondheidsinstellingen. www.vlaamspatientenplatform.be.